De grammatica, hertaald
Het volledige boek van Mourigh & Kossmann, hoofdstuk voor hoofdstuk uitgelegd in begrijpelijk Nederlands. Voor wie wil begrijpen waarom Tarifit doet wat het doet.
Cursus-aantekeningen
Bron: Mourigh & Kossmann (2019), An Introduction to Tarifiyt Berber (Nador, Morocco).
Schrijfwijze: het Latijns-Berber alfabet zoals gebruikt op learntarifit. Waar het boek š, č, ǧ, ž schrijft, schrijven wij c, tc, ǧ, j. Voorbeelden zijn waar nodig naar deze conventie omgezet.
Pagina-referenties: aan het begin van elk hoofdstuk en bij belangrijke subhoofdstukken staat de bron-pagina vermeld als 📖 Boek p. X. Open de PDF op de boek-pagina om mee te lezen.
Hoofdstuk 1 — Wat is Tarifit?
📖 Boek p. 9–19
Korte introductie tot de taal die deze cursus behandelt: waar hij wordt gesproken, hoe hij zich verhoudt tot andere talen, en welk dialect we hier leren.
De taal in het kort
De zelfreferentie is ṯmazixt (algemeen, voor elke Berbertaal) of ṯarifecṯ (specifiek "Riffijns"). De Latijnse naam Tarifiyt die in het boek wordt gebruikt — en op deze site — is een omzetting van ṯarifecṯ. Letterlijk betekent dat "het Riffijnse"; in Berbertalen worden taalnamen altijd in de vrouwelijke vorm uitgedrukt, vandaar de typische omhulling met ṯ aan begin en eind.
De taal wordt gesproken in noordoost-Marokko, in en rond het Rifgebergte: Nador, Al Hoceima, Driouch en omliggende dorpen. Ongeveer 1,35 miljoen sprekers in Marokko (4 % van de bevolking), met grote gemeenschappen in Nederland, België, Duitsland en Spanje. Sinds 2003 heeft Berber officiële status in Marokko, met onderwijsprogramma's. Die gebruiken een gestandaardiseerde versie die voor een Nador-spreker nauwelijks herkenbaar is — andere takken van Berber komen erin terug, en veel Arabische leenwoorden zijn vervangen door nieuw bedachte Berberse equivalenten.
Verwantschap met Arabisch
Tarifit hoort tot de Berberse tak van de Afro-Aziatische talenfamilie. Arabisch zit in dezelfde familie maar in een andere tak (Semitisch). De verwantschap is reëel maar afstandelijk — vergelijkbaar met die tussen Engels en Russisch: beide Indo-Europees, verschillende takken. Dat verklaart waarom Tarifit vol Arabische leenwoorden staat zonder dat de talen zustertalen zijn.
Welk dialect?
Het boek behandelt het dialect van Nador, specifiek dat van de stam Iqeṛɛiyen in Azghenghan (Zeghanghane). Andere Tarifit-varianten — bijvoorbeeld die van de Ayt Weryaghel rond Al Hoceima — wijken af in uitspraak en woordenschat. Niets is fout, maar wat in deze cursus staat klinkt het meest natuurlijk in monden uit Nador en de omliggende dorpen.
Spanje heeft het Rifgebied tussen 1912 en 1956 gekoloniseerd, en de stadsstaat Melilla — op 14 km van Nador — is nog Spaans. Die geschiedenis zit verankerd in de woordenschat. Voorbeelden van Spaanse leenwoorden: aspanyu (Spanjaard), řbanku (bank, uit banco), řkasi (stoel), kisu (kaas, uit queso).
Schrift
Op deze site gebruiken we het Latijns-Berber alfabet zoals op learntarifit. Dat sluit aan bij wat de meeste Riffijnen in praktijk zelf schrijven. Daarnaast bestaan:
- Tifinagh (ⵜⵎⴰⵣⵉⵖⵜ) — sinds 2003 de officiële standaard in Marokko, gebruikt in onderwijs en op straatborǧes.
- Arabisch schrift — vooral in religieuze contexten.
- Internet-spelling — informeel, met cijfer-substituties:
9voor q,3voor ɛ,7voor ḥ,ghvoor ɣ,khofchvoor x. We gebruiken dit hier niet — één teken per klank houdt de zaak helder.
Glossen — afkortingen die je in het boek tegenkomt
Het boek annoteert voorbeeldzinnen met korte codes. De meest voorkomende:
| Code | Betekenis |
|---|---|
P | Perfectief (afgeronde actie of toestand) |
I | Imperfectief (lopende actie of gewoonte) |
NP | Negatief Perfectief |
NI | Negatief Imperfectief |
FS | Free State (vrije staat van een naamwoord) |
AS | Annexed State (verbonden staat) |
IO | Indirect Object (meewerkend voorwerp) |
DO | Direct Object (lijdend voorwerp) |
M / F | Mannelijk / Vrouwelijk |
SG / PL | Enkelvoud / Meervoud |
QA | het partikel qa ("nu relevant") |
PAST | het partikel ṯuɣa ("verleden") |
Q | het vraagpartikel ma |
XAD | het modale partikel xa(d) |
PRED | predicatieve ḏ (vóór predicaat) |
De volledige lijst staat op p. 18–19 van het boek.
Hoofdstuk 2 — Klanken, schrijfwijze en uitspraak
📖 Boek p. 21–33
Hoe Tarifit klinkt, hoe het wordt geschreven, en waarom sommige woorden er anders uitzien dan je zou verwachten. Wie de klanken eenmaal te pakken heeft, klinkt meteen veel natuurlijker.
Uitspraakoverzicht
Alle letters van het schrijfsysteem op een rij. De kolom Veelgebruikte variant toont hoe de klank op het internet en in informele teksten vaak verschijnt.
| Letter | IPA | Veelgebruikte variant | Arabisch | Klinkt als |
|---|---|---|---|---|
| a | /æ/, /ɛ/, /ɑ/ | a | ا | normaal: a in bad; naast donkere letters: a in vader |
| i | /ɪ/ | i | ي | i in bit |
| u | /ʊ/, /ɔ/ | ou, o | و | normaal: oe in boek; naast donkere letters: o |
| e | /ə/ | e, a | — | schwa, zoals e in de |
| b | /b/ | b | ب | b in bed |
| ḇ | /β/ | b, v | — | zachte Spaanse b — lippen sluiten niet helemaal |
| d | /d/ | d | د | d in dag |
| ḏ | /ð/ | dh | ذ | th in Engels this |
| ḍ | /dˤ/ | d | ض | d, dieper uitgesproken vanuit de keel |
| ǧ | /ʤ/ | dj | ج | j in Engels joke |
| f | /f/ | f | ف | f in fiets |
| g | /g/ | g | گ | g in goal |
| ggʷ | /g:w/ | gw | — | gw in Engels Gwen |
| ɣ | /ɣ/ | gh | غ | zachte Nederlandse g, of Frans r |
| h | /h/ | h | هـ | h in huis |
| ḥ | /ħ/ | 7 | ح | Arabische ح — harder en scherper dan een gewone h |
| x | /x/ | kh | خ | Nederlands ch in lachen |
| j | /ʒ/ | j | ج | j in déjà-vu |
| k | /k/ | k | ك | k in kat |
| ḵ | /ç/ | — | — | zachte k, zoals ch in Duits ich |
| kkʷ | /k:w/ | kw | — | qu in Engels quick |
| l | /l/ | l | ل | l in lamp |
| m | /m/ | m | م | m in map |
| n | /n/ | n | ن | n in net |
| p | /p/ | p | — | p in pan |
| q | /q/ | 9 | ق | als k, maar dieper achter in de keel |
| r | /ɾ/ | r | — | zachte r, vergelijkbaar met Spaanse r in pero |
| ṛ | /rˤ/ | r | ر | donkere r |
| ř | /r/ | r | ر | rollende r (was historisch een l) |
| s | /s/ | s | س | s in zee |
| ṣ | /sˤ/ | s | ص | donkere s |
| c | /ʃ/ | ch, sh | ش | sj in sjaal |
| t | /t/ | t | ت | t in tafel |
| ṯ | /θ/ | th | ث | th in Engels think |
| ṭ | /tˤ/ | t | ط | donkere t |
| tc | /tʃ/ | tch | تش | ch in Engels China |
| w | /w/ | w | وْ | w in water |
| y | /j/ | y | يْ | j in ja |
| z | /z/ | z | ز | z in zee |
| ẓ | /zˤ/ | z | — | donkere z |
| ɛ | /ʕ/ | 3 | ع | Arabische ayn — knijpende keelklank |
| ' | /ʔ/ | 2 | ء | glottisslag — de pauze in uh-oh |
R-vormen
Wanneer een r in Nador-Tarifit niet direct gevolgd wordt door een echte klinker, verandert de uitspraak. In schrijfwijze bewaren we de r maar geven de klankverandering aan met een macron (streepje boven de klinker):
| Schrijfwijze (deze cursus) | IPA |
|---|---|
| -ār | /aː/ |
| -ar | /æ/ |
| -uār | /wa/ |
| -yār | /ja/ |
2.1 Waarom deze letters?
Op het internet en in informele teksten schrijven mensen Tarifit op allerlei manieren — afhankelijk van of ze Frans, Nederlands of Arabisch als schrijftaal hebben geleerd. Een paar gewoontes zijn wijdverbreid (zoals 9 voor q en 3 voor ɛ), maar er is geen vaste standaard.
Deze cursus gebruikt het Latijns-Berber alfabet zoals gehanteerd op learntarifit. De keuzes zijn niet willekeurig:
Eén teken per klank. In Tarifit worden veel medeklinkers verdubbeld — ook klanken die gewoonlijk als twee letters geschreven worden, zoals kh of ch. Het woord voor "rook" zou dan dekhkhan worden — lang en onleesbaar. Omdat kh één klank is, schrijven wij één teken: x (ook het IPA-teken hiervoor). Zo ook: ɣ voor gh, c voor ch/sh, ǧ voor dj. Uitzondering: tc wordt zelden verdubbeld — als het al dubbel staat, schrijf je č.
Letters, geen cijfers. Op het internet staan 7, 3 en 9 voor de klanken ḥ, ɛ en q. In deze cursus worden alleen letters gebruikt — cijfers zijn voor getallen.
Spirantisering zichtbaar. De zachte varianten van b, d, t — uitgesproken als zachte Spaanse b, Engels th in this, en Engels th in think — krijgen een streepje onder de letter: ḇ, ḏ, ṯ.
Wie Arabisch kent, herkent vrijwel alle "moeilijke" klanken: ɣ = غ, x = خ, q = ق, ɛ = ع, ḥ = ح. De donkere varianten (puntje onder de letter) komen overeen met de Arabische nadrukletters ض، ط، ص.
2.2 De klinkers
📖 Boek p. 24
Tarifit heeft drie echte klinkers — a, i, u — en één neutrale: de schwa e.
a, i en u
De a klinkt normaal als de a in bad. Woorden met een a: wa "dit", bna "bouwen", lalla "mevrouw".
De i klinkt als de i in bit. Woorden met een i: ini "zeggen", ifri "grot", mani "waar".
De u klinkt als de oe in boek. Woorden met een u: ru "huilen", ura "noch", smun "verzamelen".
De donkere a, i en u
De klinkers a, i, u klinken doffer en dieper wanneer ze naast een donkere medeklinker staan. De donkere medeklinkers zijn de letters met een puntje eronder: ḍ, ḏ̣, ṛ, ṣ, ṭ, ẓ. Staat er zo'n letter in een woord, dan worden álle klinkers in dat woord donker — de donkerte verspreidt zich.
- Donkere a: als de a in vader
- Donkere u: als de ou in jouw
- Donkere i: nauwelijks hoorbaar verschil
Voorbeeldwoorden: iṭan "honden", ṭuṛu "zij baarde", ssuḍeṣ "in slaap brengen".
Soms worden klinkers ook donker zonder zichtbare donkere letter — ɣ, q, l of c kunnen dat ook veroorzaken. Dat leer je per woord. Voorbeelden: mucc "kat", ameqqran "groot".
De schwa e
De e is een korte neutrale tussenklinker — vergelijkbaar met de e in de. Hij telt niet mee als echte klinker bij de r-vocalisatie (zie §2.5). Drie regels:
- De schwa staat nooit in een open lettergreep — als hij daar door een grammaticale stap zou belanden, valt hij weg of wordt de omliggende medeklinker langer.
- Hij verschuift naar de positie vóór de tweede medeklinker in een cluster. Voorbeeld: xdem "werken" → xeḏmeɣ "ik werk".
- In snelle spraak wordt hij vaak niet uitgesproken, maar in de transcriptie staat hij altijd.
Werkwoorden die alleen uit een dubbele medeklinker bestaan, krijgen een e vooraan:
- ekk "passeren", egg "doen", ecc "eten", ejj "laten"
2.3 De medeklinkers
📖 Boek p. 25–28
De meeste medeklinkers schrijf je gewoon zoals je ze hoort. De letters b, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, s, t, w, y, z zijn herkenbaar uit het Nederlands of Engels. Voor de keelklanken x, ḥ, ɣ, ɛ, q zijn Arabische uitspraakvideo's nuttig — het zijn exact dezelfde klanken als خ، ح، غ، ع، ق.
Donkere medeklinkers
Een aantal medeklinkers wordt uitgesproken met extra spierspanning achterin de keel — dieper en voller. We noemen ze donkere medeklinkers, aangegeven met een puntje onder de letter:
| Letter | Uitspraak | Arabisch equivalent |
|---|---|---|
| ḍ | donkere d | ض / ظ |
| ṭ | donkere t | ط |
| ẓ | donkere z | — |
| ṣ | donkere s | ص |
| ṛ | donkere r | ر |
Donkerte verspreidt zich. Staat er één donkere medeklinker in een woord, dan kleuren alle andere klanken mee. In nẓumm "wij vasten" is alleen de ẓ formeel donker, maar in uitspraak klinkt het als ṇẓụṃṃ.
Vergelijk normaal vs. donker:
- zu vs ẓẓu "blaffen / planten"
- swa vs ẓwa "kosten / oversteken"
De gelabializeerde ggʷ en kkʷ
Bij ggʷ en kkʷ rond je je lippen tijdens de uitspraak — vergelijkbaar met qu in Engels quick of gw in Engels Gwen. Ze bestaan alleen als verdubbelde medeklinker.
- aseggʷas "jaar"
- iggʷeḏ "vrezen"
- hekkʷa "neerdalen"
- sekkʷa "kosten"
Spirantisering — de zachte varianten
📖 Boek p. 26
De stops b, d, t, g, k worden in de meeste omstandigheden zacht uitgesproken. Dit heet spirantisering. De zachte varianten worden aangegeven met een streepje onder de letter:
| Letter | IPA | Vergelijking |
|---|---|---|
| ḇ | /β/ | zachte Spaanse b — lippen sluiten niet helemaal |
| ḏ | /ð/ | th in Engels this |
| ṯ | /θ/ | th in Engels think |
| ḵ | /ç/ | ch in Duits ich — in Nador-Tarifit vrijwel verdwenen |
| g | → y | in Nador volledig vervangen door y |
Wanneer blijft de klank hard?
- Als de medeklinker verdubbeld is: izeddeɣ "hij woont altijd".
- Direct na n: yenḍu "hij sprong".
- In een medeklinkercluster aan het einde van een woord: ṯafunasṯ "koe".
In Iqeṛɛiyen-Tarifit (Nador) is ḵ vrijwel verdwenen en is g regelmatig y geworden. In andere Rif-dialecten (zoals Ayt Weryaghel) bestaan die klanken nog wel.
2.4 Historische L — ř, ǧ en tc
📖 Boek p. 28–29
Een van de meest opvallende kenmerken van Tarifit vergeleken met andere Berbertalen: de l is op drie manieren veranderd. Als je een ř, ǧ of tc ziet, weet je dat daar ooit een l of ll stond.
Enkelvoudige l → ř
In de meeste Berbertalen staat gewoon een l. In Tarifit is die l veranderd in een r-achtige klank, geschreven als ř (r met haakje). In de oostelijke dialecten (Ikebdanen, Ayt Iznassen) bestaat de oude l nog.
| Andere Berbertalen | Tarifit | Betekenis |
|---|---|---|
| ul | uř | hart |
| aɣyul | aɣyuř | ezel |
| tili | ṯiři | schaduw |
| acemlal | acemřař | wit |
Dubbele ll → ǧ
De dubbele ll is in Tarifit de klank geworden van de j in Engels joke, geschreven als ǧ. In sommige dialecten werd het een dd.
| Andere Berbertalen | Tarifit | Betekenis |
|---|---|---|
| yelli | yeǧi | dochter |
| ulli | uǧi | vee |
| allun | aǧun | tamboerijn |
| raz | ǧaz | honger hebben |
lt-combinatie → tc
De combinatie lt is niet veranderd naar řt zoals je zou verwachten, maar is nog verder gegaan: het werd tc (/tʃ/, zoals ch in Engels China).
| Andere Berbertalen | Tarifit | Betekenis |
|---|---|---|
| taɣyult | taɣyutc | ezelin |
| tacemlalt | tacemřatc | wit (vrouwelijk) |
| tanwalt | tanwatc | hut |
Zie je een ř? Dan was dat een l. Zie je een ǧ? Dan was dat een ll. Zie je een tc? Dan was dat een lt. Eén woordfamilie toont alle drie: ameǧař (ei, m) — meervoud imeǧařen — vrouwelijk tameǧatc — vrouwelijk meervoud timeǧařin.
2.5 De r in Nador — een klank die klinker wordt
📖 Boek p. 28
In historisch Tarifit en andere Berbertalen werd elke r als r uitgesproken. In Nador-Tarifit is de r langzaam veranderd in een klinkerklank — voornamelijk een /a/-klank — wanneer hij niet direct gevolgd wordt door een echte klinker. De neutrale e telt daarbij niet mee.
In schrijfwijze bewaren we de r, maar we geven de klankverandering aan met een macron:
| Historisch | Moderne uitspraak | Schrijfwijze in deze cursus |
|---|---|---|
| -ar | [aː] | -ār |
| -er of losse r | [æ] | -ar |
| -ur | [wa] | -uār |
| -ir | [ja] | -yār |
De r wordt wél als r uitgesproken als hij direct voor een echte klinker staat: ru "huilen", ura "noch", ari "esparto-gras".
Voorbeelden van de verandering:
- ɣār "naar" (historisch: ɣar)
- ḏ̣ār "voet" (historisch: ḍar)
- kkar "opstaan" (historisch: kker)
- ṯaddarṯ "huis" (historisch: taddert)
- cuarḏu "vlo" (historisch: curdu)
- yārḏen "tarwe" (historisch: irden)
De reden om de r in schrijfwijze te bewaren: in andere vormen van hetzelfde woord kan de r zichtbaar terugkomen. Als we hem weglaten in één vorm en hij ineens opduikt in een andere, wordt het verwarrend.
2.6 Verdubbelde medeklinkers (geminatie)
📖 Boek p. 29
Een dubbele medeklinker hou je langer aan. Geminatie kan de betekenis veranderen — het is geen spelfout. Voorbeeld: yezdeɣ "hij woont" tegenover izeddeɣ "hij woont altijd".
Lettergrepen helpen: uccen "wolf" = uc-cen; nnem "jouw (vrouwelijk)" = en-nem.
Onregelmatige verdubbeling
Bij een aantal medeklinkers is de verdubbelde vorm niet gewoon twee keer dezelfde klank:
| Enkelvoud | Verdubbeld | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ḍ | ṭṭ | yenḍu "hij sprong" → inettu "hij springt altijd" |
| w | kkʷ | yedweř "hij keerde terug" → yeddakkʷař "hij keert altijd terug" |
| ɣ | yenɣa "hij doodde" → ineqq "hij doodt altijd" | |
| ř | ǧǧ | yemřes "hij trouwde" → imeǧǧes "hij trouwt altijd" |
2.7 Semivowels w en y
📖 Boek p. 30
De w en y zijn als medeklinkers te onderscheiden van de klinkers u en i, maar vallen in twee situaties samen:
- Als ye- of we- in een open lettergreep komen, worden ze i- of u-. Voorbeeld: yefhem "hij begreep" tegenover ifehm-as "hij begreep het voor hem".
- Aan het einde van een woord veranderen -eɣ en -ew in -i en -u. Maar alleen als ze de allerlaatste positie innemen: yenḍew → yenḍu "hij sprong"; ineɣ → ini "zeggen".
2.8 Klanken die elkaar beïnvloeden (assimilaties)
📖 Boek p. 30–32
Geen spirantisering aan het woordeinde
In Iqeṛɛiyen-Tarifit (Nador) krijgt de laatste medeklinker van een cluster aan het einde van een woord geen zachte uitspraak. ṯaɛeḏḏisṯ "buik" eindigt op een harde t. In andere dialecten geldt dit niet.
De vrouwelijke -ṯ verandert de letter ervóór
Vrouwelijke woorden eindigen op -ṯ. Die uitgang botst met de laatste medeklinker van de stam, wat tot samensmelting leidt:
| Stam + -ṯ | Resultaat | Betekenis |
|---|---|---|
| ṯazeǧab + ṯ | ṯazeǧafṯ | kleine ǧellaba |
| ṯalwiz + ṯ | ṯalwisṯ | goudmunt |
| ṯmaziɣ + ṯ | ṯmazixṯ | Berbertaal |
| ṯabriḏ + ṯ | ṯabriṭ | pad |
| ṯameǧař + ṯ | ṯameǧatc | ei (vrouwelijk) |
In het meervoud verdwijnt de uitgang en zie je de oorspronkelijke stam terug: ṯameǧatc — meervoud ṯimeǧařin.
Geen spirantisering na n
Na de n worden zachte medeklinkers hard — ook over woordgrenzen heen.
De voorzetsels ḏi en zzi voor klinkers
Het voorzetsel ḏi "in" en zzi "van/uit" veranderen voor i, y, w of u in ḏegg of zegg.
- ḏi yifri → ḏegg ifri "in de grot"
- zzi iḏuraa → zzegg ḏuraa "van de bergen"
Het partikel n "van" gedraagt zich onregelmatig
- Vóór u of i: de n valt weg. Voorbeeld: ṯaḏḏarṯ ujeǧiḏ "het huis van de koning".
- Vóór w: de n wordt een ng-klank.
- Vóór een lipklank, keelklank of l: de n assimileert volledig.
Samenvatting
| Concept | Kernpunt |
|---|---|
| Schrijfsysteem | Eén teken per klank; letters geen cijfers; zachte varianten met streepje onder |
| Klinkers a, i, u | Drie echte klinkers plus schwa (e) die vaak wegvalt in spraak |
| Donkere klinkers | Klinken doffer naast donkere medeklinkers — verspreidt zich door het hele woord |
| Donkere medeklinkers | Puntje onder de letter: ḍ, ṭ, ẓ, ṣ, ṛ — identiek aan Arabische nadrukletters |
| Spirantisering | ḇ, ḏ, ṯ, ḵ — zacht behalve verdubbeld, na n, of in slot-cluster |
| ggʷ / kkʷ | Lipronden tijdens uitspraak — alleen als geminaat |
| l → ř / ll → ǧ / lt → tc | Historische verandering — verklaart wisselende medeklinkers in vervoegingen |
| Gevocaliseerde r | r zonder volgende klinker → -ār, -uār, -yār, -ar |
| Verdubbeling | Lang aanhouden — soms verandert de klank zelf (ɣ→qq, ř→ǧǧ) |
| Semivowels | w en y kunnen samenvallen met u en i aan het woordeinde |
| Assimilaties | Vrouwelijke -ṯ, voorzetsels ḏi/zzi en partikel n veranderen klanken op vaste manieren |
Hoofdstuk 3 — Zelfstandige naamwoorden
📖 Boek p. 35–50
Hoe de namen van dingen werken in Tarifit: drie woordklassen, twee geslachten, een rijk meervoudssysteem, en het concept dat in het Nederlands niet bestaat — de staat van een woord.
3.1 Drie soorten woorden
📖 Boek p. 35
Tarifit-naamwoorden vallen in drie klassen, te herkennen aan hun begin.
Klasse I — Berber-stijl
Verreweg de grootste groep. Woorden beginnen met een klinker (a, i, u) of met ṯ, en bestaan uit voorvoegsel + stam (+ soms achtervoegsel).
- afunas "rund/stier"
- ṯafunasṯ "koe"
- iri "nek"
- uḏem "gezicht"
- anu "waterput"
Klasse II — Arabische stijl
Geleende woorden uit het Arabisch (en sommige uit het Spaans). Beginnen meestal met ř- (uit Arabisch l-), l- in modernere leenwoorden, of een verdubbelde medeklinker (dd-, ss-, tt-, zz-).
- ddexxan "rook"
- ssaḇun "zeep"
- řxeḏmeṯ "werk"
- ttumubin "car" (vrouwelijk maar zonder ṯ aan het eind)
- Arif "het Rif (gebied)"
Klasse III — Familiewoorden zonder voorvoegsel
Een kleine groep, vooral familietermen. Bijzonder kenmerk: ze bevatten al de betekenis "mijn".
- baba "mijn vader"
- yemma "mijn moeder"
- uma "mijn broer"
- učma "mijn zus"
baba betekent niet zomaar "vader", maar specifiek mijn vader. Voor "zijn vader", "haar vader" of "de vader" is een andere constructie nodig — die komt verderop.
3.2 Mannelijk en vrouwelijk
📖 Boek p. 35–37
Tarifit heeft twee geslachten: mannelijk (M) en vrouwelijk (V). Anders dan in het Nederlands ("de" of "het" zonder duidelijk patroon) zie je het geslacht meestal direct aan de vorm van het woord.
De gouden regel voor Klasse I
Vrouwelijk = mannelijk + ṯ- aan het begin én -ṯ aan het einde.
| Mannelijk | Vrouwelijk | Betekenis |
|---|---|---|
| afunas | ṯafunasṯ | rund / koe |
| aḥenjia | ṯaḥenjiaṯ | jongen / meisje |
| asaaḏun | ṯasaaḏunṯ | mannelijk / vrouwelijk muildier |
| ayyaw | ṯayyawṯ | kleinzoon / kleindochter |
| aabib | ṯaabifṯ | stiefzoon / stiefdochter |
Begint een woord met ṯ én eindigt het op -ṯ? Dan is het bijna zeker vrouwelijk Klasse I.
Soms zijn man en vrouw losse woorden
Net als Nederlands "stier/koe" of "haan/kip" — sommige paren zijn morfologisch ongerelateerd:
| Mannelijk | Vrouwelijk | Betekenis |
|---|---|---|
| āryaz | ṯamɣārṯ | man / vrouw |
| amyan | ṯɣattṯ | bok / geit |
| icarri | ṯixsi | ram / ooi |
| yis | řeɛawḏa | paard / merrie |
Mannelijk = groot, vrouwelijk = klein
📖 Boek p. 36
Bij sommige objecten gebruikt Tarifit het geslachtsverschil om groot vs. klein aan te geven:
| Mannelijk (groot) | Vrouwelijk (klein) | Betekenis |
|---|---|---|
| attaw | ṯitt | groot oog / gewoon oog |
| fus | ṯfusṯ | hand / klein hanǧe |
| akeccuḏ | ṯakeccutt | grote stok / takje |
| aqbuc | ṯaqbucṯ | grote kruik / kleine kruik |
| aɣenja | ṯaɣenjacṯ | pollepel / lepeltje |
Bij ṯaɣenjacṯ heeft de stam-eind y samen met de vrouwelijke -ṯ tot -cṯ geleid (zie de assimilatie-regel uit §2.12).
Talen zijn altijd vrouwelijk
De namen van talen krijgen consequent de vrouwelijke vorm. De mannelijke vorm verwijst dan naar de spreker:
| Mannelijk (man) | Vrouwelijk (taal / vrouw) |
|---|---|
| maziɣ "Berberman" | ṯmazixṯ "het Berbers, een Berbervrouw" |
| aɛrab "Arabische man" | ṯaɛrabṯ "het Arabisch, een Arabische vrouw" |
| aspanyu "Spaanse man" | ṯaspanyuṯ "het Spaans, een Spaanse vrouw" |
De stamuitgang verandert door assimilatie: maziɣ + ṯ wordt ṯmazixṯ — de ɣ wordt x direct vóór de vrouwelijke ṯ. Dezelfde regel verklaart waarom je ṯamɣārṯ "vrouw" ziet bij stam maɣaa-.
3.3 Enkelvoud en meervoud
📖 Boek p. 37–38
Het Tarifit-meervoud kent veel patronen. Het boek deelt ze in op een hoger niveau in twee hoofdtypes — extern meervoud (alleen affixen veranderen) en intern meervoud (klinkers in de stam veranderen) — plus een gemengde groep die beide combineert. Binnen elk type vallen meerdere subpatronen.
Extern meervoud — affixen veranderen
De stam blijft hetzelfde, alleen voorvoegsel en achtervoegsel wisselen.
Patroon — a- wordt i- (en bij vrouwelijk: ṯa- wordt ṯi- + -ṯ wordt -in):
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| afunas | ifunasen | rund / runderen |
| aḥenjia | iḥenjian | jongen / jongens |
| amezzyan | imezzyanen | kleine (M) / kleinen |
| ṯafunasṯ | ṯifunasin | koe / koeien |
| ṯaḥenjiaṯ | ṯiḥenjirin | meisje / meisjes |
Intern meervoud — de klinkers in de stam veranderen
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| ajḏiḏ | ijḏaḏ | vogel / vogels |
| azṛu | izra | steen / stenen |
| asrem | iserman | vis / vissen |
Gemengd — affix én klinker veranderen, of een suffix wordt ingevoegd
Soms wordt -aw- of -iw- ingevoegd vóór het meervoudsachtervoegsel:
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| uř | uřawen | hart / harten |
| iri | irawen | nek / nekken |
| ṯitt | ṯiṭṭawin | oog / ogen |
| aziza | izizawen | blauwe (M) / blauwe (PL) |
Suppletief — totaal andere stam
Een kleine groep gebruikt voor het meervoud een ander woord:
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| uma | ayeṯma | mijn broer / broers |
| učma | issma | mijn zus / zussen |
| aydi | iṯan | hond / honden |
| yis | iysan | paard / paarden |
Massa-woorden — alleen één getal
Sommige woorden bestaan grammaticaal maar in één getal, vergelijkbaar met Nederlands "melk" (geen "melken"):
- aɣi "melk" — alleen enkelvoud
- řgih "etter" — alleen enkelvoud
- aman "water" — alleen meervoud (grammaticaal)
- iḏammen "bloed" — alleen meervoud
Dat aman en iḏammen grammaticaal meervoud zijn, betekent dat het werkwoord erbij ook in meervoud staat — net als Engels "the trousers are…".
Drievoudige systeem — collectief, eenheid (V), eenheid (PL)
Voor sommige soorten dingen — vooral fruit, groente, planten — heeft Tarifit drie vormen:
| Collectief (algemeen) | Eén stuk (V) | Meer stuks (PL) | Betekenis |
|---|---|---|---|
| tteffaḥ | ṯatteffaḥṯ | ṯitteffaḥin | appels (algemeen) / één appel / appels |
| řbanan | ṯbananṯ | ṯibananin | bananen (algemeen) / één / meer |
| xizzu | ṯxizzuṯ | ṯixizzuṯin | wortels (algemeen) / één / meer |
| řfeřfeř | ṯifeřfecṯ | ṯifeřfřin | paprika's |
| řleccin | ṯaleccinṯ | ṯileccinin | sinaasappels |
Praktisch gebruik:
- "Ik hou van appels (in het algemeen)" — collectief: tteffaḥ
- "Geef me een appel" — eenheid: ṯatteffaḥṯ
- "Drie appels" — meervoud: ṯitteffaḥin
Het collectief is meestal Klasse II (begint met tt- of ř-); de eenheid is Klasse I (ṯa-…-ṯ).
3.4 De staat — Free State en Annexed State
📖 Boek p. 38–39
Dit is het concept dat het meest van Nederlands afwijkt. Een Klasse-I-naamwoord heeft twee vormen, afhankelijk van waar het in de zin staat:
- Free State (FS) — de basisvorm, "vrijstaand"
- Annexed State (AS) — wordt gebruikt na bepaalde elementen (zoals voorzetsels en werkwoord-onderwerpen)
Het dichtsbijzijnde wat Nederlands hieraan heeft is "ik" tegenover "mij" — twee vormen van hetzelfde woord, afhankelijk van syntactische positie. In Tarifit gebeurt dit bij alle Klasse-I-naamwoorden, niet alleen bij voornaamwoorden.
De vormverandering
| Geslacht / getal | Free State | Annexed State |
|---|---|---|
| M:SG | afunas "rund" | wafunas (of ufunas) |
| V:SG | ṯafunasṯ "koe" | ṯfunasṯ |
| M:PL | ifunasen | ifunasen (geen verschil) of yifunasen |
| V:PL | ṯifunasin | ṯfunasin |
Algemene regels:
- M:SG a- wordt wa- of u-
- V:SG ṯa- wordt ṯe- of ṯ- (de a verdwijnt)
- M:PL meestal hetzelfde, soms een y- ervoor
- V:PL ṯi- wordt ṯ-
Wanneer Free State?
Het boek noemt vijf contexten:
| Context | Voorbeeld |
|---|---|
| 1. Op zichzelf staand (alleen het woord zelf) | āryaz "een man" |
| 2. Onderwerp of predicaat in een non-verbale zin (en bij subject vóór het werkwoord) | āryaz-a ḏ ayyaw-nnes "deze man is zijn kleinzoon" |
| 3. Direct object | yessawař ṯaspanyuṯ "hij spreekt Spaans" |
| 4. Getopicaliseerd element (vooraan, los van de zin) | āryaz-enni, yexḏem "die man, hij werkt" |
| 5. Na drie specifieke voorzetsels: aṛ "tot", ḇřa "zonder", amecnaw "zoals" | yuzzeř aṛ aqiḏun-nnes "hij rende tot zijn tent" ṯus-eḏ ḇřa āryaz-nnes "ze kwam zonder haar man" amecnaw aɣyur "zoals een ezel" |
Wanneer Annexed State?
Vier contexten:
| Context | Voorbeeld |
|---|---|
| 1. Onderwerp na het werkwoord | yeqqim wāryaz ḏi barra "de man bleef buiten" |
| 2. Na alle voorzetsels behalve aṛ, ḇřa, amecnaw | baba-s n wāryaz "de vader van de man" yeccuř-iṯ s waman "hij vulde het met water" |
| 3. Post-topic — element ná de hoofdzin | ḏ asemmam, uɣi-ɣa "het is zuur, deze melk" |
| 4. Na bepaalde pre-nominale elementen (u-, ayṯ-, bu-, m(u)-) | bu wexxam "huiseigenaar" (uit axxam "huis", AS-vorm wexxam) |
"In rust" (alleen, vooraan, als direct object) → Free State. "Na iets anders" (na werkwoord, na voorzetsel) → Annexed State. Uitzondering: na aṛ, ḇřa en amecnaw blijft het woord toch in Free State.
Twee zinnen, dezelfde betekenis, andere staat
Dezelfde uitspraak — "de man werkt" — kan in Tarifit op twee manieren:
- āryaz yexḏem — onderwerp vóór werkwoord, dus Free State: āryaz
- yexḏem wāryaz — onderwerp na werkwoord, dus Annexed State: wāryaz
Beide zijn correct. Het verschil zit in nadruk en stijl, niet in betekenis.
Belangrijke uitzonderingen
- Klasse II (Arabische woorden) heeft geen staat-onderscheid: ssaḇun blijft ssaḇun.
- Klasse III (familiewoorden) heeft geen staat-onderscheid: baba blijft baba.
- Bijvoeglijke naamwoorden staan altijd in Free State, ook als het naamwoord ernaast in Annexed State staat: n wāryaz ameqqran "van de grote man" — wāryaz is AS, ameqqran blijft FS.
3.5 Klasse II in detail
📖 Boek p. 47
Klasse II (Arabische morfologie) heeft een vast Arabisch lidwoord ingebakken — meestal ř- of l-. Dat lidwoord heeft geen betekenis meer in Tarifit; het is onderdeel van het woord geworden.
Vrouwelijk meestal met -eṯ
- řyabeṯ "bos"
- řgeɛḏeṯ "helling"
- řxeḏmeṯ "werk"
- řemḥyameṯ "zakdoek"
Sommige vrouwelijke Klasse II hebben geen suffix
- ttumubin "car"
- Modernere leenwoorden uit Arabisch of Spaans krijgen vaak een -a: ttiyara "vliegtuig", řḇumba "bom"
Meervoud volgt het Arabische voorbeeld
Soms simpel met -aṯ:
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| ttiyara | ttiyaraṯ | vliegtuig(en) |
| ssekwila | ssekwilaṯ | school / scholen |
| řbanku | řbankawaṯ | bank / banken |
| lfilem | lfilmawaṯ | film(s) |
Soms een Arabische klinker-verandering in de stam ("gebroken meervoud"):
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| zzenqeṯ | zznaqi | straat / straten |
| řyabeṯ | řeɣwabi | bos / bossen |
| ǧiřeṯ | ǧyaři | nacht / nachten |
Klasse II heeft geen Free/Annexed State-onderscheid.
3.6 Klasse III in detail
📖 Boek p. 48
Een kleine groep, vooral familietermen. Bijzonder kenmerk: ze hebben automatisch "mijn" erin.
| Enkelvoud | Meervoud | Betekenis |
|---|---|---|
| baba | ibabaṯen | mijn vader / vaders |
| yemma | ṯiyemmaṯin | mijn moeder / moeders |
| uma | ayeṯma | mijn broer / broers |
| učma | issma | mijn zus / zussen |
| mmi | (zelden gebruikt) | mijn zoon |
| yeǧi | issi | mijn dochter / dochters |
| ɛzizi | ɛmumi / ɛwazizi | mijn oom (vaderlijk) |
| ɛenti | ɛwanti | mijn tante (vaderlijk) |
| xari | xwari | mijn oom (moederlijk) |
| xači | xwači | mijn tante (moederlijk) |
| jeddi | řeǧḏuḏ | mijn opa / voorouders |
| ḥenna | ṯiḥennaṯin | mijn oma / oma's |
| lalla | — | mijn schoonmoeder, mevrouw |
Niet-familiewoorden in Klasse III
- řaẓ "honger"
- faḏ "dorst"
- ṯemẓi "jeugd"
- macca/makla "eten/voedsel"
Deze nemen geen voornaamwoord-suffixen. Klasse III heeft geen Free/Annexed State-onderscheid.
3.7 Pre-nominale elementen
📖 Boek p. 49–50
Een paar kleine elementen komen vóór een naamwoord en geven een specifieke betekenis. Het naamwoord erna staat in Annexed State.
u- (M:SG) en ayṯ- / aṯ- (M:PL) — "lid van X-stam"
Voor stam-affiliaties of familiebanden:
- u Aliman "de Duitser"
- u Seid "iemand uit de Ayt-Seid-stam"
- ayṯ Nnaḍuṛ "Nadorianen"
- ayṯ Seid of aṯ Seid "de Ayt-Seid-stam"
Vrouwelijke vormen: ṯ(u)-…-ṯ voor één vrouw, ṯyayṯ- voor meerdere:
- ṯuseidṯ "vrouw van de Ayt-Seid"
- ṯyayṯ Seid "vrouwen van de Ayt-Seid"
bu (M) en m(u) (V) — "iemand met X" / "eigenaar van X"
- bu lqehwa "koffie-eigenaar / koffiedrinker"
- m lqehwa "koffievrouw"
- bu ṯyarrabuṯ "eigenaar van een boot"
- mu ṯyarrabuṯ "eigenares van een boot"
Met lichaamsdelen krijgt bu-/m(u)- een expressieve waarde:
- bu yyemzan (M) / m iyemzan (V) "(wo)man met lelijke grote tanden"
- b uzeǧif / m uzeǧif "(wo)man met een groot lelijk hoofd"
- bu ṯquqqucin / mu ṯquqqucin "kinǧe met mooie ogen"
Samenvatting
| Concept | Kern |
|---|---|
| Drie klassen | Klasse I (Berber, meeste woorden), Klasse II (Arabisch), Klasse III (familietermen) |
| Geslacht | M en V; vrouwelijk = ṯ- aan begin + -ṯ aan eind (Klasse I) |
| Suppletief | Sommige M/V-paren zijn aparte woorden (āryaz/ṯamɣārṯ) |
| Groot/klein | Soms is M=groot, V=klein (attaw/ṯitt) |
| Talen | Altijd vrouwelijk (ṯmazixṯ); ɣ + ṯ wordt xṯ |
| Meervoud | Twee hoofdtypes — extern (alleen affixen) en intern (klinkers in stam) — plus gemengde varianten |
| Drievoudig systeem | Collectief / eenheid (V) / meervoud — vooral fruit, groente, planten |
| Staat (FS / AS) | Alleen Klasse I; afhankelijk van plek in zin |
| FS-contexten | Op zichzelf, vóór werkwoord, als direct object, getopicaliseerd, na aṛ / ḇřa / amecnaw |
| AS-contexten | Na werkwoord, na alle andere voorzetsels, post-topic, na pre-nominaal element |
| Pre-nominaal | u-/ayṯ- (stam-lid), bu-/m(u)- (eigenaar) — naamwoord erna in AS |
Hoofdstuk 4 — Werkwoorden
📖 Boek p. 51–64
Hoe je werkwoorden vervoegt en — het belangrijkste verschil met Nederlands — wat aspect betekent. Tarifit denkt niet in tijd (verleden, heden, toekomst) maar in aspect (afgerond, lopend, niet-gerealiseerd).
4.1 De basisvervoeging
📖 Boek p. 51–53
Een Tarifit-werkwoord bestaat uit een stam + vaste affixen. De stam beschrijft de actie, de affixen zeggen wie de actie doet. Er zijn affixen aan de voorkant én aan de achterkant.
De gebiedende wijs (imperatief)
Het simpelst: gewoon de stam zelf.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| jij (één persoon) | STAM | qqim "zit!" |
| jullie (M of gemengd) | STAM-eṯ of -em | qqimeṯ, qqimem |
| jullie (alleen V) | STAM-ent | qqiment |
De gewone vervoeging
Volledige tabel met voorbeeldwerkwoord qqim "zitten":
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik (1SG) | STAM-eɣ | qqimeɣ |
| jij (2SG, M of V) | t-STAM-eḏ | ṯeqqimeḏ |
| hij (3SG:M) | y-STAM | yeqqim |
| zij (3SG:V) | t-STAM | teqqim |
| wij (1PL) | n-STAM | neqqim |
| jullie (2PL:M / gemengd) | t-STAM-em | ṯeqqimem |
| jullie (2PL:V) | t-STAM-ent | teqqiment |
| zij (3PL:M / gemengd) | STAM-en | qqimen |
| zij (3PL:V) | STAM-ent | qqiment |
Mannelijk meervoud wordt ook gebruikt voor gemengde groepen. Vrouwelijk meervoud alleen voor groepen die volledig uit vrouwen bestaan.
De tabel hierboven gebruikt qqim als referentie. Werkwoorden die op een klinker eindigen (zoals cfa "zich herinneren", wḏa "vallen") krijgen subtiel andere uitgangen — bijvoorbeeld 2SG met -iḏ in plaats van -eḏ. Voor de volledige variantentabel zie boek p. 51.
4.2 Afgeleide werkwoorden — drie productieve voorvoegsels
📖 Boek p. 54–58
Tarifit heeft drie regelmatige voorvoegsels die de betekenis van een werkwoord aanpassen. Ze zijn enorm productief.
4.2.1 ss- (causatief — "laten / doen")
Voegt "X laten doen" of "X laten gebeuren" toe.
| Basis | Met ss- | Betekenis |
|---|---|---|
| ggenfa "genezen" | sgenfa | doen genezen, helen |
| azzeř "rennen" | ssizzeř | laten rennen |
| cc "eten" | ssecc | te eten geven, voeren |
| iaḏ "kleden, dragen" | ssiaḏ | aankleden |
| aḏef "binnengaan" | ssidef | binnenlaten |
| ffeɣ "uitgaan" | ssufeɣ | uit laten gaan |
Waar Nederlands twee aparte werkwoorden gebruikt ("eten" / "voeren", "binnenkomen" / "binnenlaten"), doet Tarifit het met één voorvoegsel.
4.2.2 mm- en allomorfen (wederkerig en middel)
Het voorvoegsel mm- markeert dat de actie tussen partijen wederkerig is, of dat het werkwoord een passieve / middel-betekenis krijgt. Het is niet hetzelfde als reflexief ("zichzelf") — daar gebruikt Tarifit een aparte constructie (zie kader hieronder).
De vorm varieert per stam. Het boek noemt vijf allomorfen:
| Allomorf | Wanneer | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mm- | standaardvorm vóór medeklinker | nḍaa "gooien" → mmenḍaa "gegooid worden" |
| m- | verkorte vorm bij sommige stammen | neɣ "doden" → mneɣ "vechten" (= elkaar doden) |
| mř- | vóór stammen die met a beginnen | aḏes "dichtbij zijn" → mřaḏas "dichtbij elkaar zijn" |
| n- / nn- | vooral bij stammen met labiale medeklinker | qřeb "omdraaien" → nneqřeb "zich omdraaien" |
| nnu- | specifieke stamtypes | qzem "openen" → nnuqzem "geopend worden" |
Een paar duidelijke voorbeelden in zinsverband:
- řaɣa "roepen" → mřaɣa "elkaar roepen"
- neɣ "doden" → mneɣ "vechten" (letterlijk: elkaar doden)
- qřeb "omdraaien" → nneqřeb "zich omdraaien"
Voor "elkaar slaan", "elkaar zien" gebruik je mm- / m- / n-. Voor "zichzelf slaan", "zichzelf aankleden" gebruik je een ándere constructie: ixef-nnes (letterlijk: "zijn hoofd / zelf") + werkwoord. Voorbeeld: yewṯa ixef-nnes "hij sloeg zichzelf". Een Nederlandstalige is geneigd mm- voor beide te gebruiken — dat is een fout. Onthoud: mm- = "elkaar"; ixef-nnes = "zichzelf".
4.2.3 twa- (passief)
Maakt van een actief werkwoord een lijdende vorm.
| Basis | Met twa- | Betekenis |
|---|---|---|
| zzu "planten" | twazzu | geplant worden |
| cc "eten" | twacc | gegeten worden |
Met twa- kun je niet aangeven door wie de actie gebeurt ("door X"). Wil je "X wordt gegeten door Y" zeggen, dan is een andere constructie nodig.
4.3 Aspect — het verschil met Nederlands
📖 Boek p. 58–64
Voor Nederlandstaligen is dit het belangrijkste concept van het hele boek.
Nederlands codeert wanneer (verleden, heden, toekomst). Tarifit codeert hoe de actie ervoor staat — afgerond, lopend, of nog niet gebeurd. Dat zijn twee verschillende manieren om naar gebeurtenissen te kijken. Tijd druk je in Tarifit uit met partikels en context; de werkwoordvorm zelf zegt iets over aspect.
De vijf werkwoordvormen:
- Aorist (A) — neutrale basisvorm, vrijwel altijd met een partikel ervoor
- Perfectief (P) — afgeronde actie of een toestand
- Imperfectief (I) — gewoonte, lopende actie, herhaling
- Negatief Perfectief (NP) — ontkenning van afgeronde actie
- Negatief Imperfectief (NI) — ontkenning van gewoonte / lopende actie
Hoe één Nederlandse zin meerdere Tarifit-vormen kan zijn
"Ik werk" kan in Tarifit op vier manieren, elk met een eigen aspect:
| Nederlands | Aspect | Voorbeeld (werkwoord xḏem) |
|---|---|---|
| "Ik werk (gewoonte, mijn beroep)" | Imperfectief | xeddmeɣ |
| "Ik ben aan het werken (nu)" | qa + Imperfectief | qa xeddmeɣ |
| "Ik heb gewerkt / ik werkte (afgerond)" | Perfectief | xeḏmeɣ |
| "Ik zal werken (toekomst)" | ad + Aorist | ad xeḏmeɣ |
Engels heeft een soortgelijk onderscheid (I work vs. I am working), maar Tarifit drijft het verder door.
Hoe maak je de Perfectief?
📖 Boek p. 59
Voor de meeste werkwoorden: Perfectief = Aorist (zelfde vorm). Maar enkele groepen kennen een verandering.
a. Werkwoorden die met a beginnen → a wordt u:
| Aorist | Perfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| azzeř | uzzeř | rennen |
| aḏes | uḏes | dichtbij zijn |
| aḏef | uḏef | binnengaan |
b. Werkwoorden zonder klinker (CC of CCC) → krijgen a of i:
| Aorist | Perfectief (geen suffix) | Perfectief (met suffix) | Betekenis |
|---|---|---|---|
| ɣez | ɣza | ɣzi- | graven |
| cc | cca | cci- | eten |
| ns | nsa | nsi- | overnachten |
c. Werkwoorden met dubbele medeklinker + a → a wordt u:
| Aorist | Perfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| ffaḏ | ffuḏ | dorstig zijn |
| ggua | gguř | (specifieke vorm; volg per werkwoord) |
Hoe maak je de Imperfectief?
📖 Boek p. 60–63
De Imperfectief is het meest onregelmatig — meerdere patronen, zonder regels die altijd kloppen. Per werkwoord leren is de praktische aanpak.
Patroon 1 — tweede medeklinker verdubbelen:
| Aorist | Imperfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| řmeḏ | řemmeḏ | leren |
| qřeb | qeǧeḇ | omdraaien (ř + b levert ǧǧ) |
| mseḥ | messeḥ | vegen |
Patroon 2 — t- of tt- ervoor:
| Aorist | Imperfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| acaa | tacaa | stelen |
| azzeř | tazzeř | rennen |
| ssen | tessen | weten |
| ffeɣ | teffeɣ | uitgaan |
| ttu | tettu | vergeten |
Patroon 3 — klinker veranderen of toevoegen:
| Aorist | Imperfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| neɣ | neqq | doden |
| ɣez | ɣzi | graven |
| ḵsi | kessi | nemen, dragen |
Patroon 4 — combinaties van bovenstaande:
| Aorist | Imperfectief | Betekenis |
|---|---|---|
| beḏḏ | tbedda | stoppen, staan |
| gg | tegg | doen, maken |
| cc | tett | eten |
| su | sess | drinken |
| iři | tiři | zijn |
| ru | tru | huilen |
Hoe maak je de Negatieve vormen?
Negatief Perfectief:
- Heeft de Perfectief een a in de stam? → wordt i
- Heeft de Perfectief een u? → blijft u
| Aorist | Perfectief | Negatief Perfectief | Betekenis |
|---|---|---|---|
| wḏa | wḏa | wḏi | vallen |
| sgenfa | sgenfa | sgenfi | genezen |
| af | ufi-a | ufi | vinden |
| řmeḏ | řmeḏ | řmiḏ | leren |
| aḏef | uḏef | uḏif | binnengaan |
Negatief Imperfectief:
- Verander elke a in de Imperfectief naar i
- Geen a? Dan is hij gelijk aan de positieve Imperfectief
| Aorist | Imperfectief | Negatief Imperfectief | Betekenis |
|---|---|---|---|
| beḏḏ | tbedda | tbeddi | opstaan |
| aḏef | tadef | tidef | binnengaan |
| ssidef | ssadaf | ssidif | binnenlaten |
Voor ontkenning staat altijd het partikel waa ervoor. Zie Hoofdstuk 13 voor de complete behandeling.
Wanneer welke vorm?
📖 Boek p. 113–115
Aorist — neutraal, alleen met partikels:
- ad + Aorist = toekomst, wens, mogelijkheid: ad yegg "hij zal doen / mocht hij doen"
- xad + Aorist = modale variant met sterkere aanname, vaak in een waarschuwing
- Aorist na een Perfectief in een verhaal — drukt opeenvolgende acties uit ("…en toen X-en, en toen Y-en"). Praktisch belangrijk bij het lezen of vertellen van verhalen.
Perfectief — afgeronde actie of toestand:
- Verleden: yenna-as "hij zei tegen hem"
- Toestand zonder tijdsreferentie: Mřič ṯuḏes "Melilla is dichtbij"
- In voorwaardelijke zinnen na mařa "als"
Imperfectief — gewoonte, lopende actie, herhaling:
- Gewoonte: qa yetseddaɛ-aneɣ "hij stoort ons altijd"
- Met qa: lopend nu: qa baba iteddez "mijn vader is aan het stampen"
- Na hulpwerkwoorden zoals ḇḏa "beginnen", qqim "doorgaan"
qa is een pseudo-werkwoord, geen echt werkwoord — het heeft geen vervoeging. Samen met ṯuɣa (verleden), aqqa (presentatief), tɣiř ("het lijkt") en aɣ ("alsjeblieft") vormt het de groep pseudo-werkwoorden — uitgebreid behandeld in Hoofdstuk 8.
4.4 Een speciaal werkwoord: "gaan"
📖 Boek p. 64
Het werkwoord "gaan" heeft een onregelmatige set vormen:
| Aspect | Vorm |
|---|---|
| Imperatief | ruḥ |
| Aorist | raḥ ~ aaḥ |
| Perfectief | ruḥ |
| Negatief Perfectief | ruḥ |
| Imperfectief | ṯraḥ ~ ṯaḥ |
| Negatief Imperfectief | ṯriḥ ~ ṯiḥ |
Verwant: a d-yạạggweḥ "naar huis gaan" — een eigen werkwoord dat vaak voorkomt met partikel qa: qa yaggweḥ "hij is naar huis aan het gaan".
Hoofdstuk 5 — Persoonlijke voornaamwoorden
📖 Boek p. 65–71
"Ik, jij, hij, zij, wij, jullie, zij" — als losse woorden én als achtervoegsels op werkwoorden, voorzetsels en familiewoorden. Tarifit heeft daarvoor verschillende sets voor verschillende functies.
5.1 Vrije voornaamwoorden
📖 Boek p. 65
Als zelfstandig woord, meestal in non-verbale zinnen of voor nadruk.
| Persoon | Vorm |
|---|---|
| ik | necc |
| jij (M) | cekk |
| jij (V) | cemm |
| hij | netta |
| zij | nettaṯ |
| wij | neccin |
| jullie (M / gemengd) | kenniw |
| jullie (V) | kennint |
| zij (M / gemengd) | niṯni ~ nihni |
| zij (V) | niṯenti ~ nihenti |
Voorbeelden:
- necc ḏ Mimun "ik ben Mimoun"
- ḏ necc "ik ben het"
- necc, yesseqsa-ayi Mimun "wat mij betreft, Mimoun heeft mij gevraagd"
5.2 Gebonden voornaamwoorden
Gebonden voornaamwoorden zitten vast aan een werkwoord, voorzetsel of familiewoord. Er zijn verschillende sets afhankelijk van functie.
5.2.1 Direct object — "hem, haar, ons"
📖 Boek p. 66–67
De vorm hangt af van de plek: na het werkwoord (set I), na het werkwoord met een extra i (set II), of vóór het werkwoord (na clitic-fronting).
| Persoon | Na ww (I) | Na ww (II, met i) | Vóór ww |
|---|---|---|---|
| mij | aɣi | ayi | ḏayi |
| jou (M) | c ~ cekk | ic ~ icekk | c |
| jou (V) | cem | icem | cem |
| hem | t | iṯ | ṯ(ṯ) |
| haar | ṯ | iṯ | ṯ(ṯ) |
| ons | aneɣ ~ aɣ | aɣ | ḏaneɣ ~ ḏaɣ |
| jullie (M) | kenniw | ikenniw | kenniw |
| jullie (V) | kennint | ikennint | kennint |
| hen (M) | ṯen | iṯen | ṯen |
| hen (V) | ṯenṯ | iṯenṯ | ṯenṯ |
Set I (zonder i) komt na een werkwoordstam die op een medeklinker eindigt: yecc-iṯ "hij heeft het opgegeten". Set II (met i) komt na een werkwoordstam die op een klinker eindigt — de i dempt de botsing tussen klinker en clitic. De voor-werkwoord-vorm met ḏ- verschijnt bij clitic-fronting (zie Hoofdstuk 7).
Voorbeelden:
- yessufɣ-iṯ "hij heeft hem naar buiten gelaten"
- yecc-iṯ "hij heeft het opgegeten"
- wi ḏayi-yessufɣen? "wie heeft mij naar buiten gelaten?"
5.2.2 Indirect object — "aan hem, aan ons"
📖 Boek p. 67–68
| Persoon | Na ww | Vóór ww |
|---|---|---|
| aan mij | ayi | ḏayi |
| aan jou (M) | ac | ḏac |
| aan jou (V) | am | ḏam |
| aan hem / haar | as | ḏas |
| aan ons | aneɣ ~ aɣ | ḏaneɣ ~ ḏaɣ |
| aan jullie (M) | awem | ḏawem |
| aan jullie (V) | akenṯ ~ acenṯ | ḏakenṯ ~ ḏacenṯ |
| aan hen (M) | asen | ḏasen |
| aan hen (V) | asenṯ | ḏasenṯ |
Voorbeelden:
- wciɣ-as pabu "ik gaf hem een kalkoen"
- wi ḏas-yewcin pabu? "wie gaf hem een kalkoen?"
5.2.3 De richting-marker ḏ "hierheen"
📖 Boek p. 68–69
Een uniek partikel dat aan het werkwoord vastplakt en zegt: "in de richting van waar de spreker is".
Vergelijk:
- yedweř ɣaa Naḍuār "hij keerde terug naar Nador" (spreker is niet in Nador)
- yedweř-d ɣaa Naḍuār "hij keerde terug naar Nador" (spreker is in Nador)
Het werkt vergelijkbaar met Nederlands "hierheen" tegenover "daarheen", maar in Tarifit zit het in het werkwoord ingebouwd met -ḏ.
Bijzondere combinaties: na 3SG:M-DO en 2/3PL:F-DO neemt het deictische clitic de vorm id (niet d):
- yessiwd-iṯ-id "hij heeft hem hier gebracht"
- yessiwd-isenṯ-id "hij heeft hen (V) hier gebracht"
Een aanvulling die je vaak in teksten ziet: na een Perfectief van een werkwoord dat in de imperatief geen klinker-eindigt maar in de Perfectief wel i of a heeft, valt de eindklinker weg en verschijnt een schwa: yus-eḏ "hij is gekomen" (niet yusa-ḏ).
5.2.4 Combinaties — vaste volgorde
Bij meerdere clitica is de volgorde altijd hetzelfde:
Indirect Object — Direct Object — ḏ (hierheen)
Voorbeeld:
- yiwy-ac-ṯ-id "hij heeft het hierheen gebracht voor jou"
- ac = aan jou (IO)
- ṯ = het (DO)
- iḏ = hierheen
5.2.5 Voornaamwoorden na voorzetsels
📖 Boek p. 69–70
Achter elk voorzetsel komt een vaste set suffixen.
| Persoon | Suffix |
|---|---|
| mij | -i |
| jou (M) | -ec ~ -k |
| jou (V) | -em |
| hem / haar | -es |
| ons | -neɣ |
| jullie (M) | -wem |
| jullie (V) | -kenṯ ~ -cenṯ |
| hen (M) | -sen |
| hen (V) | -senṯ |
Voorbeelden met akeḏ "met":
- kiḏi "met mij"
- kiḏes ~ kis "met hem / haar"
- kiḏem ~ kim "met jou (V)"
Voorbeelden met ɣaa "bij / naar":
- ɣari "bij mij" / "ik heb"
- ɣaas "bij hem / haar"
- ɣaaneɣ "bij ons"
Voorbeelden met n "van":
- inu "van mij"
- nnec "van jou (M)"
- nnes "van hem / haar"
De 1SG-vorm bij n is altijd inu, niet ni zoals je regelmatig zou verwachten. Dat geldt alleen voor n. Bij andere voorzetsels is 1SG gewoon -i: kiḏi "met mij", ɣari "bij mij".
5.2.6 Bij familiewoorden
📖 Boek p. 70
Familiewoorden (Klasse III) gebruiken dezelfde suffixen, maar zonder spirantisering bij de meervoudsvormen — een gewone harde t, niet een zachte ṯ.
Voorbeelden met mmi "mijn zoon":
- mmi "mijn zoon" (al ingebouwd)
- mmi-c "jouw zoon"
- mmi-s "zijn / haar zoon"
- mmi-tneɣ "onze zoon"
- mmi-tsen "hun zoon"
5.3 Emphasizers — "zelf"
📖 Boek p. 68 / 71
Tarifit heeft twee aparte elementen om "zelf" of "op eigen kracht" uit te drukken.
nniṯ — nadruk op de actor
Komt na een werkwoord en benadrukt dat het onderwerp het zelf doet:
- a ṯ-awyeɣ nniṯ "ik zal haar zélf trouwen"
simanṯ n- — "zelf" + persoonlijk voornaamwoord
Krijgt een voornaamwoord-suffix:
- usiɣ-d necc simanṯ-inu "ik kwam zelf"
- yegga-ṯ simanṯ-nnes "hij deed het zelf"
Verwar dit niet met de reflexief-constructie ixef-nnes "zichzelf" uit Hoofdstuk 4.2.2: simanṯ betekent "zelf, op eigen kracht", terwijl ixef-nnes betekent "het hoofd / zelf van X" en als lijdend voorwerp staat.
Hoofdstuk 6 — Aanwijzende voornaamwoorden
📖 Boek p. 73–75
"Deze, die, dat-waar-we-het-over-hadden" — Tarifit onderscheidt drie afstanden, met een aparte vorm voor "het eerder genoemde". Plus aparte sets voor zelfstandig gebruik en voor plaats- en tijdsbijwoorden.
6.1 Drie soorten afstand
Drie aanwijzende elementen die als achtervoegsel aan een naamwoord komen:
| Element | Betekenis |
|---|---|
| -a | "deze" (dichtbij de spreker) |
| -in | "die" (verder weg, of bij de luisteraar) |
| -enni | "die we eerder noemden" (al genoemd in het gesprek) |
Het Nederlands heeft "deze" en "die", maar mist de derde categorie. -enni is vergelijkbaar met Engels "the aforementioned X" of Nederlands "die X waar we het over hadden".
| Basis | + "deze" | + "die" | + "eerder genoemd" |
|---|---|---|---|
| āryaz "man" | āryaz-a | āryaz-in | āryaz-enni |
| stilu "pen" | stilu-ɣa | stilu-yin | stilu-nni |
| ifassen "handen" | ifassenn-a | ifassenn-in | ifassen-ni |
Vier assimilatieregels
Hoe het achtervoegsel zich voegt naar het woord ervoor:
- Na een klinker: vóór -a en -in wordt een y ingevoegd: stilu-ɣa, stilu-yin.
- Na een klinker wordt -enni verkort tot -nni: stilu-nni.
- Na schwa + enkele medeklinker wordt die medeklinker verdubbeld: ifassenn-a uit ifassen + a.
- Bij woorden met gevocaliseerde r (eindigend op -aa) verschijnt de r weer in de afgeleide vorm: awessaa "oude man" wordt awessar-a "deze oude man" — bij -enni blijft het echter zonder r: awessaa-nni.
6.2 Demonstratieve voornaamwoorden (zelfstandig)
📖 Boek p. 73–74
Naast achtervoegsels heeft Tarifit aparte zelfstandige aanwijzende voornaamwoorden — "deze", "die", "deze (V)", "deze (M:PL)" enz. Deze gebruik je op zichzelf, niet in apposities.
| "deze hier" | "die daar" | "eerder genoemde" | |
|---|---|---|---|
| M:SG | wa | win | wenni |
| V:SG | ṯa | ṯin | ṯenni |
| M:PL | ina | inin | inni |
| V:PL | ṯina | ṯinin | ṯinni |
| abstract ("dit ding") | aya | — | ayenni |
Deze losse voornaamwoorden gebruik je alleen op zichzelf — als zelfstandige aanduiding ("deze is blauw", "wie is dat?"). Voor "deze man" gebruik je géén losse wa + āryaz, maar de suffix-vorm: āryaz-a. Het zelfstandige wa komt vooral voor met ḏ: wa ḏ āryaz "dit is een man".
Emphatische varianten — "deze hier, met nadruk"
Voor extra-nabije aanwijzing kent Tarifit emphatische sets:
- M:SG wa-niṯa, wa-niṯaṯ, wa-niṯati
- V:SG ṯa-niṯa, ṯa-niṯaṯ enz.
Deze gebruik je als je écht wilt benadrukken dat iemand "déze hier" is, dichter dan gewoon wa.
Met man "welke"
Voor vragen over een keuze ("welke van die"):
- man wen "welke (man)"
- man ṯen "welke (vrouw)"
- man yin "welke (mannen)"
- man ṯin "welke (vrouwen)"
Zie ook Hoofdstuk 12 over vragen.
Voorbeelden met de gewone vormen:
- manaya "wat is dit?" (uit man + aya)
- manayin "wat is dat?"
6.3 Bijwoordelijke aanwijzers — "hier, daar, zo, nu"
📖 Boek p. 75
| Categorie | "dichtbij" | "daar" | "ver weg" | "eerder genoemd" |
|---|---|---|---|---|
| Plaats | ḏa "hier" | ḏin "daar" | ḏiha "daarginds" | ḏinni "daar (eerder)" |
| Plaats (emphatisch) | ḏaniṯa | ḏaniṯaṯ | ḏaniṯati | — |
| Pad | ssa "deze kant op" | ssin | ssiha | ssenni |
| Manier | ammu "zo, zoals dit" | — | — | amenni "zo (eerder)" |
| Tijd | řexxu / řexṯu "nu" | — | — | řexḏenni "toen" |
De suffix-vorm op een naamwoord (āryaz-a "deze man") is alleen mogelijk omdat het naamwoord in Free State staat — zie Hoofdstuk 3.4.
Hoofdstuk 7 — Het verbale complex (clitica)
📖 Boek p. 77–82
Hoe alle kleine elementen — preverbale partikels, voornaamwoorden, het richtings-element ḏ, voorzetsels — zich rond het werkwoord groeperen. Drie subgroepen, elk met eigen plek en regels.
7.1 Preverbale partikels
📖 Boek p. 77–78
ad — niet-gerealiseerd / toekomst
Markeert dat de actie nog niet gebeurd is.
- ad yaggweḥ "hij zal naar huis gaan / hij gaat misschien naar huis / hij zou naar huis moeten gaan"
- a ṯeggenfa (uit ad ṯeggenfa) "ze zal genezen"
Vóór een ṯ- of n- assimileert ad en wordt a:
- a ṯeffeɣ "ze zal naar buiten gaan"
- a neffeɣ "wij zullen naar buiten gaan"
xad — modale variant van ad
Drukt een sterkere aanname of verwachting uit dat de actie zal plaatsvinden, vaak met de bijklank van een waarschuwing of dreiging. Niet "verder in de toekomst" — het verschil zit in de modaliteit, niet in de tijd.
Voorbeeld:
- xa yeyya "hij gaat zeker komen" (de spreker is daar zeker van, of waarschuwt iemand)
xad kan niet gebruikt worden in bijzinnen of na vraagwoorden.
ɣa — variant van ad in bijzinnen
In bijzinnen, vraagwoord-vragen en cleft-zinnen wordt ad automatisch ɣa:
- min ɣa negg? "wat zullen we doen?"
- umi ɣa yemmeṯ "toen hij stierf…"
waa — niet
De universele ontkenningsmarker; staat vóór het werkwoord.
- waa ṯeqqim ca "ze is niet gebleven"
- waa ṯ-ẓṛiɣ ca "ik heb haar niet gezien"
Bij ontkenning van ad + Aorist gebruik je waa + Negatief Imperfectief, zonder ad:
- waa gguan ca "ze zullen niet lopen" (niet waa ad uyuan ca)
Het partikel qa
Ook qa staat preverbal, maar gedraagt zich anders dan ad / xad / waa: het kan ook met een non-verbaal predicaat ("hij is daar"). qa is een pseudo-werkwoord — uitgebreid behandeld in Hoofdstuk 8 en Hoofdstuk 13.
7.2 Verplaatsbare clitica
📖 Boek p. 78–79
De volgende elementen staan standaard achter het werkwoord, maar springen naar voren in bepaalde contexten:
- Indirect-object-voornaamwoorden
- Direct-object-voornaamwoorden
- Het richtings-element ḏ "hierheen"
- Voorzetsels met voornaamwoord-suffix
- Aanwijzende bijwoorden (ḏa, ḏin, enz.)
De volgorde is overal hetzelfde — voor of achter het werkwoord:
IO — DO — ḏ — voorzetsel
Voorbeeld:
- yiwy-am-ṯ-iḏ zzayes "hij heeft het je hier mee gebracht"
- am = aan jou (IO)
- ṯ = het (DO)
- iḏ = hierheen
- zzayes = ermee (voorzetsel met suffix)
7.3 Wanneer springen clitica naar voren?
📖 Boek p. 79–81
Clitic-fronting gebeurt in vijf duidelijk afgebakende situaties.
a. Na ad, xad, waa
- a cem-awyeɣ "ik zal je trouwen" (cem = jou, vóór het werkwoord)
- waa cem-ṯiwyeɣ ca "ik zal je niet trouwen"
b. In betrekkelijke bijzinnen
- āryaz ḏ-yusin "de man die hier kwam"
- āryaz i ḏ-iwyeɣ "de man die ik hierheen bracht"
c. In cleft-zinnen ("het is X die…")
- ḏ baba i ḏ-yiwden "het is mijn vader die is aangekomen"
d. Bij vraagwoord-vragen
- wi ḏ-yusin? "wie is hier gekomen?"
e. Na bepaalde voegwoorden
Niet alle voegwoorden triggeren fronting — alleen een specifieke groep:
- xemmi "wanneer", umi "toen", qbeř "voordat", aṛ "tot" (temporeel), meɛlik "als (counterfactueel)", mři "indien"
Voorbeelden:
- umi ḏ-yusa "toen hij hier kwam"
- aṛ ḏ-ṯaseḏ "tot je hier komt"
Voegwoorden zoals ḥuma, puřki, baš daarentegen veroorzaken geen fronting — daar blijft ad gewoon ad. Zie Hoofdstuk 17 voor de complete indeling per voegwoord.
Hoofdstuk 8 — Pseudo-werkwoorden
📖 Boek p. 83–86
Vijf elementen die zich gedragen als werkwoorden — ze nemen voornaamwoord-clitica — maar geen eigen aspectvervoeging hebben. Ze zijn praktisch onmisbaar voor alledaagse uitdrukkingen: qa, ṯuɣa, aqqa, tɣiř en aɣ.
8.1 qa — "huidige relevantie"
📖 Boek p. 83
Het partikel qa markeert dat een actie of toestand relevant is voor het huidige moment. Combineert met andere aspecten en draagt geen eigen tijdsbetekenis.
Voorbeelden:
- qa-ṯ ḏiha "hij is daar" (op dit moment, voor ons gesprek relevant)
- baba qa yaggweḥ "mijn vader is naar huis aan het gaan"
- Mřič qa ṯuḏes "Melilla is dichtbij" (typische taxichauffeur: "we zijn er bijna")
qa kan niet in bijzinnen of in vraagwoord-vragen voorkomen. Bij locatieve uitdrukkingen ("ergens zijn") is qa meestal de standaardkeuze; weglaten geeft een afstandelijke toon.
8.2 ṯuɣa — "verleden"
📖 Boek p. 84
Plaatst de actie of toestand in het verleden. Net als qa heeft het zelf geen vervoeging — clitica hangen er direct aan.
Voorbeelden:
- ṯuɣa-c ḏ ameddukeř inu "jij was mijn vriend"
- ṯuɣa-ayi ḏi ṯaḏḏarṯ "ik was thuis"
- zzman ṯuɣa ṯnayen n duru tsekkwa "vroeger was twee duro veel waard"
- mani c-ṯuɣa? "waar ben je geweest?"
Negatieve vorm: ṯuyi.
8.3 aqqa — "kijk hier!"
📖 Boek p. 84
Een presentatief partikel: wijst iets aan en biedt het de luisteraar aan.
Voorbeelden:
- aqqa ṯxaḏenṯ "hier is de ring"
- aqq-eṯ "hier is hij / het"
- aqq-awem ṯxaḏenṯ "hier is een ring voor jullie"
- aqq-awem-ṯ "hier hebben jullie het"
Vaak voorafgegaan door ha voor extra aandacht: necc, ha aqq-ayi "wat mij betreft, kijk hier ben ik!"
In de standaardgroet: aqq-ec mliḥ? "ben je goed?" — letterlijk "kijk-jij goed?"
8.4 tɣiř — "het lijkt"
📖 Boek p. 84–85
Drukt een (vermoedelijk onjuiste) gedachte of perceptie uit. Komt in twee constructies voor.
Als pseudo-werkwoord — altijd met indirect object
- tɣiř-asen ṯemmuṯ "ze dachten dat ze gestorven was"
- tɣiř-ayi ḏ ssehh "ik dacht dat het waar was"
- waa ḏayi-tɣiř bu ḏ ssehh "ik dacht niet dat het waar was"
Als regulier vervoegd werkwoord
Naast de pseudo-vorm bestaat een vervoegde variant met een aspectstam:
- tɣirey ḏ ssehh "ik dacht dat het waar was" (1SG)
- tɣiren azenna yewda-d "zij dachten dat de hemel was gevallen" (3PL:M)
De vervoegde vorm komt in spreektaal regelmatig voor — afhankelijk van wie er het object van het denken is.
8.5 aɣ — "alsjeblieft, hier"
📖 Boek p. 85
Gebruikt als je iemand iets aanbiedt of overhandigt. De structuur is altijd: aɣ + indirect-object-clitic (de ontvanger), eventueel gevolgd door direct-object-clitic (wat je aanbiedt).
| Vorm | Structuur | Betekenis |
|---|---|---|
| aɣ-am | aɣ + IO 2SG:V | "alsjeblieft, hier (voor jou V)!" |
| aɣ-am-ṯ | aɣ + IO 2SG:V + DO 3SG:M | "hier heb je het (V), voor jou" |
| aɣ-awem-ṯ | aɣ + IO 2PL:M + DO 3SG:M | "hier hebben jullie het" |
Het indirect-object is altijd verplicht — het direct-object is optioneel als de context al duidelijk maakt wat er aangereikt wordt.
Hoofdstuk 9 — Voorzetsels
📖 Boek p. 87–96
De kleine woorǧes die relaties uitdrukken: in, op, naar, met, van, tot, zonder, zoals. Bijna allemaal eisen ze Annexed State na zich — drie uitzonderingen vormen de hoofdregel.
9.1 De basis-voorzetsels
📖 Boek p. 87–88
Bijna alle voorzetsels worden gevolgd door een naamwoord in Annexed State. Drie voorzetsels nemen Free State in plaats daarvan: aṛ "tot", ḇřa "zonder" en amecnaw "zoals".
| Tarifit | Betekenis | Vorm voor naamwoord | Vorm met voornaamwoord-suffix |
|---|---|---|---|
| ḏi | in | ḏi | ḏay- |
| x | op | x | xaf- ~ xa- |
| ɣaa | naar / bij | ɣaa | ɣaa |
| zi | van / uit | zi | zzay- |
| s | met (instrument) | s | zzay- |
| akeḏ | met (samen) | akeḏ / ak | kid- ~ akid- |
| jar | tussen | jaa | jara- |
| aḏu / saḏu | onder | aḏu / saḏu | aḏu nn- / saḏu nn- |
| i | aan / voor (datief) | i | (via Indirect Object) |
| n | van (bezit) | n | nn- / inu |
| aṛ (+ FS) | tot | aṛ | — |
| ḇřa (+ FS) | zonder | ḇřa | ḇřa + vrij vnw |
| am | zoals (+ AS) | am | am + vrij vnw |
| amecnaw (+ FS) | zoals | amecnaw | amecnaw + vrij vnw |
| ḏ | en (alleen tussen NPs) | ḏ | ḏ + vrij vnw |
9.1.1 ḏi "in"
- qa-ṯ ḏi ṯaḏḏarṯ "hij is in het huis"
- ḏi nnhar-nni "op die dag"
- ḏayes ṯɣiyiṯ "hij is slim" (letterlijk: er zit slimheid in hem)
Voor klinkers versmelt ḏi: ḏi + w/u → ḏeggw, ḏi + y/i → ḏegg.
9.1.2 x "op"
- yedweř x uyis-nnes "hij keerde terug op zijn paard"
- yewḏa x weyyur "hij viel van de ezel"
- yessiweř xafi "hij praat over mij"
9.1.3 zi "van / uit"
- yessizz-eḏ zi ṯbuaẓeṯ "hij gluurde uit het raam"
- yus-eḏ zeggw Zayyu "hij kwam uit Zaio"
9.1.4 ɣaa "naar / bij"
Locatie of richting — én de basis voor de bezit-constructie.
- xeddmen ɣaa ṯamza "ze werken bij de boze heks"
- ɣaa wezyen n nnhaa "halverwege de dag"
- ɣaa ṯmeddiṯ "in de namiddag"
Bezit met ɣaa:
- nettaṯ ɣaas ijj uma-s "ze heeft een broer" (letterlijk: bij haar één broer-haar)
- ɣari ijjen ttumubin "ik heb een auto"
Je kunt niet rechtstreeks zeggen ɣaa baba ttmenyaṯ "vader heeft geld". De juiste constructie loopt via topicalisatie: baba, ɣaas ttmenyaṯ "wat mijn vader betreft, bij hem is geld". ɣaa + naamwoord betekent letterlijk een richting of locatie ("naar/bij vader") — niet "vader heeft".
9.1.5 s "met" (instrument)
- iqess aysum-enni s ṯxeḏmesṯ "hij sneed het vlees met een mes"
- s ṯmazixṯ "in het Berbers"
- s ǧiřeṯ, s nnhaa "bij nacht, bij dag"
9.1.6 akeḏ "met" (samen)
- yeggwa akides "hij loopt samen met hem"
- yetmenya akeḏ uma-s "hij vecht altijd met zijn broer"
9.1.7 jaa "tussen"
- ǧar iduraa "tussen de bergen"
- tmenyanṯ jarasenṯ "ze (V) vechten onderling"
9.1.8 i "aan / voor" (datief)
- yews-iṯ i weyyur-nnes "hij gaf het aan zijn ezel"
- yews-as-ṯ i Mimun "hij gaf het hem (aan Mimoun)"
In het laatste voorbeeld zie je dat de ontvanger twee keer uitgedrukt is: één keer als clitic -as op het werkwoord, en daarnaast als i Mimun. Dit is geen redundantie maar de standaardconstructie — de IO-clitic en de i-frase verwijzen samen naar dezelfde persoon. Praktisch betekent het: zodra je een datief-NP hebt, krijg je vrijwel altijd ook de bijpassende clitic op het werkwoord.
9.1.9 umi "aan wie" — datief-alternatief
In relatieve bijzinnen en met vraagwoorden gebruikt Tarifit umi in plaats van een los voorzetsel: ḏyenni umi yenɣa ussen "die mensen voor wie hij de jakhals had gedood". Komt uitgebreid terug in Hoofdstuk 15.
9.1.10 n "van" (bezit)
- ṯaḏḏarṯ n ṯamɣārṯ-enni "het huis van die vrouw"
- yeḏji-s n ṯamɣārṯ-enni "de dochter van die vrouw"
- aaḇɛa n ṯfunasin "vier koeien" (letterlijk: vier van koeien)
9.1.11 aṛ "tot" (+ Free State)
- teqqim din aṛ ṯameddiṯ "ze bleef daar tot de avond"
- uyuan aṛ amcan-nni "ze liepen tot die plek"
9.1.12 ḇřa "zonder" (+ Free State)
- yus-d ḇřa ṯamɣārṯ-nnes "hij kwam zonder zijn vrouw"
- yus-d ḇřa nihni "hij kwam zonder hen"
9.1.13 am en amecnaw "zoals"
Twee varianten voor "zoals" met verschillend staat-gedrag:
- am weyyur "zoals een ezel" — am + AS
- amecnaw aɣyur "zoals een ezel" — amecnaw + FS
- wanita ḏ amesřem am necc "deze is een moslim zoals ik"
9.1.14 ḏ "en"
Alleen om naamwoorden te koppelen, niet zinnen.
- necc ḏ yayeṯma "ik en mijn broers"
- necc ḏ netta "ik en hij"
9.2 Samengestelde voorzetsels
📖 Boek p. 94–95
Sommige voorzetsels zijn opgebouwd uit een ruimtelijk element + een basisvoorzetsel (i of n):
| Voorzetsel | Betekenis |
|---|---|
| zzaṭ i / zzaṭ n | vóór, tegenover |
| awaṛn i / awaṛn n | achter |
| ttaaf i / ttaaf n | naast |
| qibaṛi n | tegenover |
| ajemmaḏ i / n | aan de andere kant van |
| swaḏday i / n | onder |
| sennez i / n | boven |
| awriḏ i / n | naar (hierheen) |
| ayirin i / n | naar (daarheen) |
De laatste twee zijn directioneel — ze geven aan in welke richting iets gaat ten opzichte van de spreker. Daarmee zijn ze complementair aan qibaṛi "vóór" en awaṛn "achter" (die positie aanduiden).
Voorbeelden in zinnen:
- zzaṭ i ṯaḏḏarṯ "voor het huis"
- zzaṯes "ervoor"
- awaṛn i ṯaḏḏarṯ "achter het huis"
- ttaaf-nnes "naast hem / haar"
Hoofdstuk 10 — Telwoorden en hoeveelheden
📖 Boek p. 97–102
Tellen (één tot duizend), woorden voor "veel, weinig, elk, alle", en bijzondere adverbiale telvormen voor jaren, maanden, dagen en aantallen keren.
10.1 Telwoorden
📖 Boek p. 97–99
Behalve "één" zijn alle Tarifit-telwoorden uit het Arabisch geleend. Dat verklaart waarom ze van de tweede tot de tien een eigen patroon volgen dat afwijkt van de Berberse morfologie elders.
"Eén" — ijjen (M) / icṯen (V)
Het enige Berberse telwoord, en het enige met geslachtsverschil:
| Vorm | Gebruik |
|---|---|
| ijjen (M, op zichzelf) | "één man / een" |
| icṯen (V, op zichzelf) | "één vrouw" |
| ijj (vóór M-naamwoord) | ijj uāryaz "één man" |
| ijj of icṯ (vóór V-naamwoord) | ijj ṯamɣārṯ / icṯ ṯamɣārṯ "één vrouw" |
"Eén" is ook bijzonder doordat het — anders dan alle hogere telwoorden — geen n "van" gebruikt:
- icṯ ṯamɣārṯ "één vrouw" (geen n)
- ṯřaṯa n ṯemɣarin "drie vrouwen" (wel n)
Telwoorden 2–10
| Cijfer | Tarifit | Met telbaar woord ("jaren") |
|---|---|---|
| 2 | ṯnayen | ɛamayen (Arabische dualis) |
| 3 | ṯřaṯa | ṯeřṯ snin |
| 4 | aaḇɛa | aaḇɛ snin |
| 5 | xemsa | xems snin |
| 6 | setta | sett snin |
| 7 | seḇɛa | sḇeɛ snin |
| 8 | ṯmenya | ṯmen snin |
| 9 | tsɛa | tseɛ snin |
| 10 | ɛecra | ɛecṛ snin |
11–19
| Cijfer | Tarifit |
|---|---|
| 11 | ḥidɛac |
| 12 | ṯenɛac |
| 13 | ṯřettac |
| 14 | aaḇɛtac |
| 15 | xemmeztac |
| 16 | settac |
| 17 | sḇeɛtac |
| 18 | ṯmentac |
| 19 | tseɛtac |
Tientallen en hoger
| Cijfer | Tarifit |
|---|---|
| 20 | ɛicrin |
| 30 | ṯřaṯin |
| 40 | aaḇɛin |
| 50 | xemsin |
| 60 | settin |
| 70 | seḇɛin |
| 80 | ṯmanyin |
| 90 | tesɛin |
| 100 | mya |
| 200 | miṯayen |
| 1000 | ařef |
| 1.000.000 | milyun |
Samengestelde getallen
- 21 — waḥd-u-ɛicrin ("één-en-twintig")
- 22 — ṯnayn-u-ɛicrin
- 101 — mya-u-waḥiṯ
- 300 — ṯeřṯ-mya
Rangtelwoorden — "eerste, tweede…"
Met wiss (M) of tiss (V) + telwoord:
- ṯamɣārṯ-nnes wiss aaḇɛa "zijn vierde vrouw"
10.2 Adverbiale telwoorden
📖 Boek p. 91–92
Voor tijdseenheden en aantal keren bestaan aparte adverbiale vormen. Deze zijn praktisch onmisbaar zodra je tijd-uitdrukkingen probeert te bouwen.
| Eenheid | 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|---|
| jaar | ɛam | ɛamayen | ṯeřṯ snin |
| maand | cḥaa | cehrayen | ṯřata cuhuṛ |
| dag | nnhaa | yumayen | ṯřata iyyam |
| keer | ṯwaṛa | maaṛatayen | ṯřata imuṛan |
De -ayen-uitgang voor "twee" is de Arabische dualis. Vanaf drie verschijnt weer een gewoon meervoud (al dan niet uit het Arabisch geleend).
10.3 Andere hoeveelheden
📖 Boek p. 100–101
Veel / weinig / iets
| Tarifit | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| attas (AS: wattas) | veel | attas n waman "veel water" |
| ḏrus | weinig | ḏrus n waman "weinig water" |
| cwayṯ ~ cway | een beetje | cwayṯ n waman "een beetje water" |
| řeḇɛaḏ | een paar | řeḇɛaḏ n ṯemɣarin "een paar vrouwen" |
| ca | iets | ca n waman "wat water" / ca n yijjen "iemand" |
Hetzelfde woord komt terug in Hoofdstuk 13 als postverbale ontkennings-partikel: waa ssineɣ ca "ik weet het niet". Hier is het een indefinite kwantor: ca n X "wat / iets X". Beide gebruiken zijn historisch verwant — qua syntax zijn ze duidelijk gescheiden.
Universele kwantoren — "alle, elk"
| Tarifit | Betekenis |
|---|---|
| m(m)arra | alle |
| qaɛ | helemaal, totaal |
| mkuř ~ kuř | elk, iedere |
Voorbeelden:
- jmeɛ marra arrud nnem "verzamel al je kleren!"
- kuř aɛecci "elke avond"
- kuř ijjen yiwi ṯamɣārṯ-nnes "iedereen nam zijn vrouw mee"
"Wie / waar dan ook" — mma
- mani mma ṯexseḏ "waar je maar wilt"
- mamec mma ṯegga "hoe ze het ook deed"
- kuř mma yus-d "wanneer hij ook kwam"
Hoofdstuk 11 — De naamwoordgroep
📖 Boek p. 103–105
In welke volgorde komen woorden binnen één naamwoordgroep — bijvoorbeeld "die grote man van mij". En hoe gedragen bijvoeglijke naamwoorden zich.
11.1 Volgorde in een naamwoordgroep
De volledige structuur, van links naar rechts:
[onbepaald] [hoeveelheid] (n) [naamwoord]-[bezit-suffix]-[deze/die] [bijvoeglijk] [n + bezit-NP] [marra]
Niet elk slot is altijd ingevuld — de meeste zinnen gebruiken er maar twee of drie tegelijk.
Eenvoudige voorbeelden
- wenni ameqqran "die grote (man)"
- uma-s-enni ameqqran "die grote broer van hem"
Met bezit
- yis-a n Yusef "dit paard van Yousef"
- tsara ccarie-enni marra "ze liep door die hele straat"
Volledig complex
- yessi-s-enni n ṯemza "deze haar dochters van de boze heks" (= de dochters van de boze heks)
- aṛṛzeq-nnes marra "al zijn rijkdom"
11.2 Bijvoeglijke naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden zijn in Tarifit eigenlijk een subgroep van naamwoorden. Ze worden net zo verbogen — voor geslacht, getal en staat.
Twee constructies
A. Definitief / bepaald — eenvoudig naast elkaar plaatsen:
- ṯammuaṯ ṯameqqranṯ "het grote land"
- ṯammuaṯ-a ṯameqqranṯ "dit grote land"
B. Indefinitief / onbepaald — met predicatieve ḏ:
- ijjen weyyur ḏ ameqqran "een grote ezel"
- aɣyur ḏ ameqqran "een grote ezel"
Bijvoeglijke naamwoorden staan altijd in Free State, ook als het naamwoord ernaast in Annexed State staat:
- n wāryaz ameqqran "van de grote man"
- wāryaz = AS (na n "van")
- ameqqran = blijft FS
Bijzonder: jjḏiḏ "nieuw" en nneɣni "ander"
Twee bijvoeglijke naamwoorden veranderen niet met geslacht of getal:
- qama n jjḏiḏ "het nieuwe bed" (definitief — let op de n)
- ijjen qama ḏ jjḏiḏ "een nieuw bed"
- āryaz-a nneɣni "deze andere man"
- w-enneɣni "de andere (M)" / ṯ-enneɣni "de andere (V)"
Hoofdstuk 12 — Vragen stellen
📖 Boek p. 107–109
Hoe je ja/nee-vragen stelt, hoe je vraagt naar wie/wat/waar/wanneer, hoe je een keuze tussen alternatieven aangeeft (welke X?), en hoe vraagwoorden ook als voegwoord van indirecte vragen werken.
12.1 Ja/nee-vragen
Twee mogelijkheden — met het partikel ma aan het begin, of gewoon met stijgende intonatie.
Met ma:
- ma ɣac ca n ṯxaḏenṯ am ṯa? "heb jij een ring zoals deze?"
- ma ḏ cekk? "ben jij het?"
- ma iwden-d? "zijn ze hier aangekomen?"
Zonder partikel, alleen met intonatie:
- ḏ wa? "is het deze?"
- mliḥ ca? "ben je oké?"
12.2 Vraagwoorden
| Tarifit | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| wi | wie | wi yewṯa uḥenjia-nni? "wie sloeg de jongen?" |
| min ~ mayen | wat | min ṯaazzud? "wat zoek je?" |
| mani | waar | mani ttiřid? "waar woon je?" |
| manis | waar vandaan / welke kant | manis ɣa ṯaḏfeḏ? "welke kant ga je op?" |
| meřmi | wanneer | meřmi ttettsed? "wanneer slaap je?" |
| mecḥař ~ cḥař | hoeveel / hoe groot | mecḥař iwezzen? "hoeveel weegt het?" |
| mayemmi, mayaa, mix | waarom | mayemmi ṯetrud? "waarom huil je?" |
| mamec | hoe | mamec yegga manay-a? "hoe heeft hij dat gedaan?" |
Combinaties met voorzetsels
- zi meřmi? "sinds wanneer?"
- aṛ mani? "tot waar?"
- min zi ṯuḥřeḏ? "waarvan ben je moe?"
Drie syntactische gevolgen die in de praktijk altijd opspelen: (1) clitic-fronting is verplicht na het vraagwoord, (2) ad wordt automatisch ɣa, (3) er staat geen relatieve i tussen vraagwoord en werkwoord (anders dan bij gewone clefts). Voorbeeld: min ɣa ṯeggeḏ? "wat zal je doen?" — niet min ad ṯeggeḏ. Deze regels worden uitgewerkt in Hoofdstuk 15.
12.3 "Welke X?" — keuzevragen
📖 Boek p. 109
Voor "welke (van de) X?" combineert Tarifit man met een aanwijzend element:
| Vorm | Gebruik |
|---|---|
| man wen | welke (man) |
| man ṯen | welke (vrouw) |
| man yin | welke (mannen) |
| man ṯin | welke (vrouwen) |
| mana / manawy- / manay- | welk (algemeen, met naamwoord) |
Voorbeelden:
- mana ttumubin ṯawyeḏ? "welke auto heb je gepakt?"
- man wen i ḏ-yusin? "welke (man) is hier gekomen?"
12.4 Vraagwoorden als voegwoord — indirecte vragen
📖 Boek p. 109
Een vraagwoord kan ook in een bijzin staan: dan werkt het als voegwoord ("waar / wanneer / hoe"). Het gebruik hangt af van het werkwoord in de hoofdzin.
Bij negatieve hoofdzin (typisch waa ssineɣ "ik weet niet"):
- waa ssineɣ mani ṯeqqim "ik weet niet waar ze is gebleven"
- waa ssineɣ meřmi ṯawḏ "ik weet niet wanneer ze aankomt"
Bij positieve hoofdzin (zoals yessen "hij weet") gebruik je daarentegen illa of belli "dat" — zie Hoofdstuk 16. Het verschil tussen "weten + indirecte vraag" en "weten + dat-zin" is dus structureel verankerd in Tarifit.
Hoofdstuk 13 — Aspect, modus en ontkenning
📖 Boek p. 113–127
De praktijk van werkwoordsvormen: wanneer kies je welk aspect, hoe druk je "zijn" uit, en hoe ontken je. Diept §4.3 uit en behandelt ontkenning systematisch.
13.1 Wanneer welk aspect?
📖 Boek p. 113–115
Samenvattende tabel:
| Wat wil je zeggen? | Vorm |
|---|---|
| Bevel ("Ga!") | Imperatief |
| Toekomst ("Ik zal gaan") | ad + Aorist |
| Modale aanname / waarschuwing ("Ik ga zeker") | xad + Aorist |
| Verleden ("Ik ging") | Perfectief |
| Toestand ("Hij is dichtbij") | Perfectief (statief) |
| Gewoonte ("Ik ga altijd") | Imperfectief |
| Lopend nu ("Ik ben aan het gaan") | qa + Imperfectief |
| Heden algemeen ("Ik woon in…") | Imperfectief (eventueel met tiři) |
| Niet doen ("Ga niet!") | waa + Imperfectief |
| Niet gedaan ("Ik ben niet gegaan") | waa + Negatief Perfectief |
| Niet doen (gewoonte) ("Ik ga nooit") | waa + Negatief Imperfectief |
13.2 qa + verschillende aspecten
📖 Boek p. 115–117
| Combinatie | Betekenis |
|---|---|
| qa + ad + Aorist | Sterke waarschuwing of aandrang |
| qa + Imperfectief | Lopende actie ("aan het … zijn") |
| qa + Perfectief | Voltooid met huidige relevantie |
Voorbeelden:
- baba qa yeggwa-ḏ "mijn vader is aan het komen"
- qa ɛemmaa ayaṛṛaf s waman "hij heeft de waterkruik (net) met water gevuld"
- qa yenna-ac ajeǧiḏ "de koning heeft tegen jou gezegd…"
- qa ṯaaḥeḏ ɣaa barra "pas op dat je niet naar buiten gaat!"
Bij locatieve uitdrukkingen ("hij is thuis", "hij is daar") is qa meestal de standaardkeuze. Het weglaten van qa drukt afstandelijkheid of distantie uit. Vergelijk: uma-s qa-ṯ ḏi ṯaḏḏarṯ "zijn broer is thuis" (gewoon, neutraal) tegenover Mřič ḏayes ispunya "in Melilla zijn de Spanjaarden" (zonder qa — geen huidig-relevante locatie, eerder afstandelijk geconstateerd).
13.3 ṯuɣa — verleden
📖 Boek p. 117–118
Voorbeelden:
- ṯuɣa-ṯ ḏ ameddukeř inu "hij was mijn vriend (maar nu niet meer)" (de -ṯ is hier 3SG:M-DO)
- mani c-ṯuɣa? "waar ben je geweest?"
- meɛlik c-ṯuɣa ḏ uma… "als je mijn broer was geweest…"
Voor de uitgebreide behandeling — inclusief de vervoegingsregels en negatieve vorm — zie Hoofdstuk 8.
13.4 "Zijn"-constructies
📖 Boek p. 119–122
Tarifit drukt "zijn" op verschillende manieren uit, afhankelijk van de soort uitspraak.
A. Non-verbale zin (zonder werkwoord)
Voor algemene toestanden in het heden, met predicatieve ḏ:
- netta ḏ amezzyan-nsen "hij is de jongste van hen"
- āryaz-nnes ḏ lmalik "haar man is de koning"
- necc ammu "ik ben zo (zoals dit)"
De predicatieve ḏ staat vóór een naamwoord of voornaamwoord, niet vóór een voorzetsel of bijwoord.
B. Met werkwoord iři (P: ǧa, I: tiři)
Wanneer Aorist of Imperfectief nodig is — toekomst, gewoonte, in een bijzin:
- ad yiři ḏ āryaz "hij zal een man zijn"
- tiřiy ḏi Tanja "ik woon altijd in Tanger"
- āryaz-enni yeǧan ḏ uma-s "de man die zijn broer is"
- Ḷḷah yeǧa "God bestaat"
C. Bezit ("hebben") met ɣaa
- ɣari ijjen ttumubin "ik heb een auto"
- ɣaas ijj uma-s "hij / zij heeft een broer"
Je kunt niet zeggen ɣaa baba ttmenyaṯ voor "vader heeft geld". De juiste constructie is via topicalisatie: baba, ɣaas ttmenyaṯ letterlijk "wat mijn vader betreft, bij hem is geld". De ɣaa-bezit-constructie kan dus alleen met een gepronominaliseerde bezitter werken (clitic -as-, -i, enz.). Onderscheid bovendien ɣaa als richting-voorzetsel ("naar/bij") van ɣaa in de bezit-constructie — beide vormen gebruiken hetzelfde woord.
D. Possessieve vraag met yifan
Voor "wiens X is dit?" gebruikt Tarifit een onregelmatige vorm yifan (waarschijnlijk een fossiel van een verloren werkwoord "bezitten"):
- wi yifan ttumubin-a? "wiens auto is dit?"
- wi ṯ-yifan? "van wie is het?"
- wi s-yifan? "van wie ben je een kind?" (= "wie is je vader?")
E. Similatief met gg "lijken op"
Het werkwoord gg betekent "doen, maken" maar ook "lijken op". Met deze derde betekenis druk je gelijkenis uit:
- yegga am wayrad "hij is als een leeuw"
13.5 Ontkenning
📖 Boek p. 122–127
13.5.1 Preverbale partikels
- waa — universele ontkenning, in alle contexten
- wiř / wi — alleen in verbods-zinnen ("doe niet!")
Voorbeelden:
- wiř ssiweř of waa ssiweř "spreek niet!" — in de negatieve imperatief gebruik je de Imperfectief-stam ssiweř
- waa issiwiř ca "hij spreekt niet"
13.5.2 Negatieve werkwoordvormen
| Positieve vorm | Negatieve vorm |
|---|---|
| Imperatief | waa / wiř + Imperfectief |
| ad + Aorist | waa + Negatief Imperfectief |
| Imperfectief | waa + Negatief Imperfectief |
| Perfectief | waa + Negatief Perfectief |
13.5.3 Postverbale partikels
De meest voorkomende: ca "iets / niet eens" (in het boek geschreven als š met carón). Naast ca kent Tarifit nog een groep postverbale ontkenners:
| Partikel | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ca | algemeen versterkend | waa ssineɣ ca "ik weet het niet" |
| bu | vóór predicaat (zie kader) | waa das-teggen bu wexxam "ze gaan geen huis voor hem maken" |
| ḥedd | niemand | waa ṯ-yezri ḥedd "niemand heeft hem gezien" |
| walu | niets | waa ḏas-nnin walu "ze zeiden niets tegen hem" |
| ura d | zelfs niet | waa ɣari ura ḏ ijjen "ik heb helemaal niemand" |
| qaɛ | totaal, geheel | waa dinni bu ffaaq qaɛ "er is daar helemaal geen verschil" |
| ɛemmaas | nooit | waa ggeɣ ɛemmaas "ik doe het nooit" |
Drie regels rond bu
📖 Boek p. 124
De ontkenner bu heeft een paar specifieke syntactische regels:
- Een naamwoord na bu staat in Annexed State. Voorbeeld: waa das-teggen bu wexxam — wexxam is AS, niet axxam.
- bu kan niet samen met ca voorkomen — kies één van beide.
- bu is verplicht bij eigendoms-ontkenning: waa ɣaas bu ṯamɣārṯ "hij heeft geen vrouw" — zonder bu klopt deze constructie niet.
Ontkenning van "zijn"-zinnen
Met waaǧi (samengesteld uit waa + ǧi "is niet"):
- cem waaǧi bu ḏ yemma "jij bent niet mijn moeder"
- waaǧi bu amenni "het is niet zo"
Hoofdstuk 14 — Zinsbouw
📖 Boek p. 129–134
Hoe een Tarifit-zin in elkaar zit, en waarom de woordvolgorde structureel anders is dan in het Nederlands. Plus topicalisatie en post-topic — twee manieren om elementen vooraan of achteraan de zin te plaatsen.
14.1 De basisstructuur — VSO
Tarifit is een VSO-taal: werkwoord — onderwerp — lijdend voorwerp — voorzetselgroepen.
Nederlands volgt SVO-volgorde ("De man eet brood"). Tarifit zet het werkwoord eerst ("Eet de man brood"). Dat is een andere informatiestructuur, niet een ander betekenisprincipe.
Voorbeeld:
- qa yewca baba ttmenyaṯ i Mimun
- letterlijk: "(qa) heeft.gegeven mijn.vader geld aan Mimoun"
- vertaald: "Mijn vader heeft geld aan Mimoun gegeven"
Het onderwerp na het werkwoord staat in Annexed State (zie Hoofdstuk 3.4).
Werkwoord zonder lexicaal onderwerp
Het is heel normaal om het onderwerp alleen in de werkwoordsvervoeging uit te drukken — "hij" of "zij" zit al in het voorvoegsel:
- yus-d "hij is gekomen"
- yexḏem "hij werkt"
14.2 Topicalisatie — element vóór de zin
📖 Boek p. 130–131
Je kunt elementen vooraan zetten om er nadruk op te leggen. Het getopicaliseerde element staat in Free State, en in de hoofdzin verwijst een voornaamwoord ernaar terug.
| Topicalisatie | Vertaling |
|---|---|
| necc, wciɣ-as landris-inu i Fatima | "ik, ik gaf mijn adres aan Fatima" |
| landris-inu, wciɣ-as-ṯ i Fatima | "mijn adres, ik gaf het aan Fatima" |
| Fatima, wciɣ-as landris-inu | "Fatima, ik gaf haar mijn adres" |
| nhar-a, wciɣ-as landris-inu i Fatima | "vandaag, ik gaf mijn adres aan Fatima" |
Bezit met ɣaa + naamwoord vereist deze constructie:
- ṯamɣārṯ-enni ɣaas ijjen mmi-s "die vrouw heeft een zoon" (letterlijk "die vrouw, bij haar [is] een zoon van haar")
Tarifit kent naast topicalisatie ook focalisatie via cleft-constructies — zie Hoofdstuk 15.3.
14.3 Post-topic — element ná de kern
📖 Boek p. 132
Een element kan ook achter de hoofdzin gezet worden, als nabranden of verduidelijking. Een naamwoord in deze positie staat in Annexed State.
- ḏ asemmam, uɣi-ɣa "het is zuur, deze melk"
- qa ḏ aḥenjia, win "het is een jongen, die daar"
aɣi "melk" verschijnt in de post-topic-positie als uɣi — dat is de Annexed-State-vorm (M:SG a- wordt u-). Naamwoorden ná de kern staan in AS, dus uɣi-ɣa volgt automatisch uit de algemene staatregel.
Hoofdstuk 15 — Betrekkelijke bijzinnen
📖 Boek p. 135–138
Hoe je zegt "de man die kwam" of "de auto die ik kocht". Het onderscheid tussen onbepaalde en bepaalde bijzinnen kent eigen syntactische regels — bepaalde bijzinnen hebben er vijf.
15.1 Onbepaalde betrekkelijke bijzinnen
Wanneer het hoofdwoord onbepaald is ("een man die…", "sommige mensen die…") — gewoon zin achter elkaar plakken, normale werkwoordvorm.
- qa yewt-ayi ijjen sseyyed [ucaay-as aysum] "een man waar ik vlees van had gestolen heeft me geslagen"
- iwden ɣaa ijjen ṯaḏḏarṯ [ṯexřa] "ze kwamen aan bij een huis dat verlaten was"
15.2 Bepaalde betrekkelijke bijzinnen
Bij bepaalde hoofdwoorden gelden vijf kenmerken:
- Geen voornaamwoord dat verwijst naar het hoofdwoord
- Bij onderwerps-bijzinnen: het werkwoord krijgt de participium-vorm
- Clitic-fronting: voornaamwoorden staan vóór het werkwoord
- ad wordt ɣa
- Bij voorzetsel-bijzinnen staat het voorzetsel (in zijn isolated form, zonder voornaamwoord-suffix) direct na de relatieve marker i
Onderwerp-bijzin (met participium)
- āryaz-enni [d ɣa yasen] ḏ Mimun "de man die gaat komen is Mimoun"
- wenni [ixeddmen řebda] ad yedweř ḏ aṛṛzeq "wie altijd werkt zal welvarend worden"
- wenni [waa ixeddmen ca] ad yeqqim ḏ řmeskin "wie niet werkt blijft arm"
Lijdend-voorwerp-bijzin (met i)
- xeǧseɣ s ttmenyaṯ [i ḏayi-yewca baba] "ik betaalde met het geld dat mijn vader me gaf"
Meewerkend-voorwerp-bijzin (met umi)
- ṯenni [umi ɣa yegg ṯiggesṯ] "elke vrouw aan wie hij een tatoeage maakt…"
- āryaz [umi ṯ-wciɣ] ḏ ameddukeř inu "de man aan wie ik het gaf is mijn vriend"
Voorzetsel-bijzin — voorzetsel direct na i
Het vijfde kenmerk in actie: het voorzetsel staat ongewoon — direct na de relatieve marker, zonder pronominaal suffix.
- missa [i x ssaaseɣ řkas-nni] ṯ ṯameqqranṯ "de tafel waar ik dat glas op heb gezet is groot"
- ṯaḥenjiaṯ [i ɣaa ǧa umeddukeř] "een meisje dat een vrienǧe heeft" (letterlijk: "een meisje bij wie er een vrienǧe is")
15.3 Cleft-zinnen — "het is X die…"
Een cleft splitst de zin in een voorzin met ḏ + element en een bijzin met de relatieve i.
- (d) netta i ḏ-yusin nhar-a "het is hij die vandaag gekomen is"
- (d) Mimun i ẓṛiɣ "het is Mimoun die ik zag"
15.4 Vraagwoord-vragen als cleft
Vraagwoord-vragen lijken syntactisch op cleft-zinnen, met twee verschillen:
- Geen ḏ vóór het vraagwoord
- Geen i als relatieve marker
Voorbeelden:
- wi ḏawem-ṯ-yennan? "wie heeft het jullie gezegd?"
- min ḏ-yesya zi ssuq? "wat heeft hij van de markt meegebracht?"
- meřmi ḏ ɣa ṯawḏenṯ? "wanneer komen jullie hier aan?"
Hoofdstuk 16 — Hulpwerkwoorden
📖 Boek p. 139–140
"Ik wil gaan", "ik begin te eten", "ik kan zwemmen". Tarifit construeert hulpwerkwoorden anders dan Nederlands: met twee volledig vervoegde werkwoorden naast elkaar.
16.1 Twee volledige werkwoorden naast elkaar
Waar Nederlands "ik wil gaan" gebruikt — met "gaan" in de infinitief — gebruikt Tarifit twee vervoegde werkwoorden, beide voor 1SG. Een verbale infinitief bestaat niet in Tarifit.
Voorbeelden:
- yebda yetxemmem "hij begon na te denken" (letterlijk: "hij begon hij denkt na")
- xseɣ ad meřcey "ik wil trouwen" (letterlijk: "ik wil ik zal trouwen")
Welk aspect bij welk hulpwerkwoord?
| Hulpwerkwoord | Vervolg | Betekenis |
|---|---|---|
| xes | ad + Aorist | willen |
| zemmaa | ad + Aorist | kunnen |
| ḇḏa | Imperfectief | beginnen |
| qqim | Imperfectief | doorgaan met, blijven |
| af | P of I, naar context | vinden, aantreffen |
Voorbeelden:
- yebda usaaḏun-nnes itett-iṯ "zijn muildier begon het op te eten"
- yeqqim yeccat-iṯ itazzeř xas "hij bleef hem maar slaan en achter hem aan rennen"
- yufi-ṯ yetxemmem "hij vond hem nadenkend (lopend, niet afgerond)"
- yuf-iṯ yeffeɣ "hij vond hem (al) naar buiten gegaan (afgerond)"
"Worden" — dweř
Voor verandering van toestand:
- qa yedweř ḏ aḏbib "hij is dokter geworden"
- yedweř qaɛ yeggenfa "hij is helemaal genezen"
16.2 illa / belli "dat" — voegwoord van inhoud
Voor "[ik weet] dat…" gebruik je illa of belli:
- yessen illa ad ariɣ "hij weet dat ik zal schrijven"
- qa ṯessned illa ḏ mmi-m "je weet dat het je zoon is"
- teɛqr-iṯ illa ḏ mmi-s "ze herkende dat hij haar zoon was"
Bij ontkenning gebruik je ma in plaats van illa:
- waa ssineɣ ma yus-d "ik weet niet of hij gekomen is"
Het verschil tussen yessen illa… "hij weet dat…" (positief) en waa ssineɣ ma… "ik weet niet of…" (negatief) is een echte syntactische tweedeling: een feitelijke bewering vraagt illa / belli; een onbekend feit (twijfel of negatie) vraagt ma. Dat is hetzelfde patroon als bij vraagwoorden in indirecte vragen — zie Hoofdstuk 12.4.
Hoofdstuk 17 — Voegwoorden
📖 Boek p. 141–146
"En, of, maar, als, wanneer, omdat, zodat" — coördinatie en subordinatie. Een paar voegwoorden veroorzaken clitic-fronting (zie Hoofdstuk 7.3), de meeste niet.
17.1 Coördinatie — "en, of, maar"
ḏ "en" — alleen voor naamwoorden
- netta ḏ umeddukeř nnes "hij en zijn vriend"
- imendi ḏ farina ḏ yārḏen "gerst, zacht graan en tarwe"
ḏ verbindt nooit hele zinnen. Voor "en daarna" tussen zinnen gebruik je intonatie of een Aorist-vervolg.
niɣ "of"
- ma yettef mliḥ niɣ lla? "houdt het goed, of niet?"
- ma ḏ azeggwaɣ niɣ ḏ acemřař? "is het rood of wit?"
"Maar" — macca, walakin, walayenni, seɛɛa
Vier varianten met subtiel verschillende toon. maca en walakin zijn neutraal; walayenni klinkt formeler; seɛɛa introduceert vaak een onverwachte wending ("…maar in werkelijkheid").
- qa ɣari mmi ḏ waɛabib-inu, macca waa ssineɣ mmi zeggw aɛabib-inu "ik heb een zoon en een stiefzoon, maar ik kan ze niet uit elkaar houden"
- … seɛɛa yiwi-ṯ-id yeddaa "…maar hij bracht hem levend terug"
"Noch … noch" — řa … řa (in negatie)
- waa ɣaawem řa yemma-twem řa ɛenti-twem "jullie hebben noch een moeder noch een tante"
17.2 Subordinatie
Hypothese — mařa "als"
Voor reële conditie ("als / wanneer X gebeurt, dan Y"):
- mařa ṯexseḏ a ḏam-ṯ-newc "als je wilt, geven we hem aan jou"
- mařa waa ffiyenṯ ad ffɣeɣ necc "als ze niet uitgaan, zal ik zelf uitgaan"
Counterfactueel — mři, meɛlik "als (maar niet)"
Voor irreële voorwaarden — situaties die niet zijn gebeurd of niet kunnen gebeuren:
- mři ḏ-usiɣ ifi cciɣ "als ik gekomen was, zou ik gegeten hebben"
- meɛlik c-ṯuɣa ḏ uma… "als je mijn broer was geweest…"
Het partikel ifi (zoals in ifi cciɣ) markeert hier de hypothetische uitkomst.
"Zelfs als" — waxxa
- waxxa ṯemmuṯ waa nzemmaa a ṯ-necc "zelfs als ze dood was, konden we haar niet eten"
Tijd — umi, fami "toen (verleden)"
- umi ṯ-yenɣa, ṯḥedd "toen hij hem gedood had, stond ze op"
Tijd — xmi, xemmi "wanneer (heden / toekomst)"
- xemmi traggwaḥen ɣaa ṯaḏḏarṯ teqqar-asen attas "wanneer ze naar huis gaan, vertelt ze ze veel"
Andere voegwoorden
| Voegwoord | Betekenis | Triggert clitic-fronting? |
|---|---|---|
| amen | terwijl, zoals | nee |
| aṛ | tot | ja |
| aḥami | tot (verleden) | ja |
| ḥama | tot, zodat | nee |
| qbeř | voordat | ja |
| zegga, zeggw ami | sinds | nee |
| awaṛn umi | nadat | nee |
| puřki, lianna, laxataa | omdat | nee |
| ḥuma, ḥima, baš | zodat, om te | nee |
Voorbeelden:
- ɛefseɣ x uma amen yettes "ik stapte op mijn broer terwijl hij sliep"
- yeggwa itett "hij liep en at (tegelijk)"
- qbeř ɣa xeřgeɣ usin-d lwalidin-inu ɣaa Hulanḏa "voordat ik geboren werd, kwamen mijn ouders naar Nederland"
- teggen řfaxaa ḥuma ad ssenwen lmakla "ze maken houtskool om eten te kunnen koken"
De temporele voegwoorden umi, xemmi, qbeř, aṛ én de counterfactuele mři, meɛlik veroorzaken clitic-fronting (clitica vóór het werkwoord). De doel-voegwoorden ḥuma, baš, puřki doen dat niet — daar blijft ad gewoon ad. Dat is geen willekeurige eigenaardigheid: de fronting-groep zijn allemaal voegwoorden die een gepresupponeerde of factieve clausule introduceren.
Hoofdstuk 18 — Voorbeeldteksten en dialogen
📖 Boek p. 147+
Het boek geeft volledige teksten waarin alles wat eerder behandeld is samenkomt. Hieronder een aantal handige zinnen, met verwijzingen waar in de cursus de constructie behandeld wordt.
18.1 Wat staat er in het boek
- Een autobiografische tekst over hoe sprookjes werden verteld in de Rif
- Een traditioneel sprookje "De parel-jongen en zijn moeder"
- Een fragment uit een Islamitische preek
- Korte traditionele izřan (tweeregelige lieǧes)
- Dialogen — onder andere begroetingen
18.2 Handige zinnen uit de dialogen
Begroeting
- aqq-ec mliḥ? "hoe gaat het met je? / ben je goed?" — pseudo-werkwoord aqqa (Hoofdstuk 8.3)
Uit het verhaal van Eali Amaziɣ
- ma ṯettsed niɣ ɛaḏ waa ṯettiseḏ? "slaap je al, of nog niet?" — ja/nee-vraag (Hoofdstuk 12.1)
- necc ɛaḏ waa ttiseɣ ca "ik slaap nog niet" — Negatief Imperfectief (Hoofdstuk 13.5)
Uit het sprookje
- yekkaa ijj uzeǧid "er was eens een koning" — verhaal-opener met Perfectief
- ɣaas ijjen yiyyaa n yārḏen yemyaa "hij had een groot tarweveld" — bezit met ɣaa (Hoofdstuk 13.4)
Begin met de korte dialogen — daar herken je het meest van wat in deze cursus aan bod is gekomen. Het sprookje is ideaal voor het oefenen van Aorist-narratieve vervolgketens (Hoofdstuk 4.3) en clitic-fronting na umi (Hoofdstuk 7.3). De Islamitische preek bevat veel formele Arabische leenwoorden en is qua spreektaal het minst direct bruikbaar.
Eindsamenvatting — De belangrijkste lessen
Een compacte terugblik op alle hoofdconcepten uit Mourigh & Kossmann (2019), in de volgorde waarin ze elkaar steunen.
De tien belangrijkste concepten
- Klinkers — drie echte (a, i, u) plus de schwa e. Donkere medeklinkers maken klinkers doffer.
- Drie r's — r (gewone), ř (uit historisch l), ṛ (donker). De r verdwijnt vaak en wordt een lange klinker (ɣaa uit oudere yar).
- Drie naamwoordklassen — Klasse I (Berber-stijl, met a-/ṯa-), Klasse II (Arabisch, met ř-, l- of verdubbeling), Klasse III (familietermen zonder voorvoegsel, met "mijn" ingebakken).
- Geslacht — ṯa-…-ṯ maakt een Klasse-I-woord vrouwelijk. Talen zijn altijd vrouwelijk; soms drukt M/V een groot-klein-onderscheid uit.
- Staat (FS / AS) — alleen Klasse I. Free State op zichzelf, vóór werkwoord, als direct object, getopicaliseerd, en na aṛ / ḇřa / amecnaw. Annexed State na werkwoord, na alle andere voorzetsels, post-topic, en na u-, ayṯ-, bu-, m(u)-.
- Werkwoord — vijf vormen — Aorist, Perfectief, Imperfectief, Negatief Perfectief, Negatief Imperfectief.
- Aspect, niet tijd — Tarifit codeert "hoe staat de actie ervoor" (afgerond / lopend / niet-gerealiseerd), niet wanneer. Tijd is een combinatie van aspect + partikels.
- VSO-woordvolgorde — Werkwoord eerst, dan onderwerp, dan rest. Onderwerp na werkwoord staat in AS.
- Voornaamwoorden plakken vast — aan werkwoord, voorzetsel of familiewoord. Vaste volgorde: Indirect Object — Direct Object — ḏ "hierheen". Springen naar voren in vijf situaties (Hoofdstuk 7.3).
- Vijf pseudo-werkwoorden — qa (huidig relevant), ṯuɣa (verleden), aqqa (presentatief), tɣiř (perceptief), aɣ (aanbiedend). Geen aspect-vervoeging, wel clitic-suffixen.
Wat je nu hebt
Met deze samenvatting heb je de academische basis die Mourigh & Kossmann (2019) biedt. Je weet:
- Welke woorden in welke klasse vallen, en hoe je hun staat herkent.
- Hoe je zinnen vormt in elk van de aspectvormen.
- Hoe pronominalisatie werkt — drie sets clitica, met clitic-fronting in vijf situaties.
- Hoe ja/nee-vragen, vraagwoord-vragen en cleft-zinnen syntactisch verschillen.
- Welke voegwoorden welke aspect- en clitic-gevolgen hebben.
Volgende stap
Dit is grammaticaal de complete basis. De volgende stap is van grammatica naar cursusmateriaal — uit deze structuren oefenblokken bouwen voor familie en mensen in de diaspora die Tarifit als heritage-taal willen leren of versterken.