arifit
de cursus

Tarifit, stap voor stap

36 lessen, opgebouwd in 8 niveaus. Elke les heeft een duidelijk doel, een handvol voorbeelden uit het echte boek, en links naar diepere uitleg als je meer wilt weten.

Hoe je de cursus gebruikt

Werk de lessen door in volgorde — elke les bouwt op de vorige. Aan het eind van elke les staan links naar de uitgebreide Nederlandse uitleg en de pagina in het boek waar het concept vandaan komt.

les 01 · niveau 1

Klanken & alfabet

Voor we woorden gaan leren: leer eerst hoe je Tarifit klinkt. Als de klanken kloppen, klink je meteen veel natuurlijker.

De drie klinkers

Tarifit heeft maar drie "echte" klinkers — veel minder dan Nederlands.

LetterKlankVoorbeeld
aals "a" in katwa "deze"
ials "ie" in zienini "zeggen"
uals "oe" in boekru "huilen"
ekorte "uh" — schwanecc "ik"

De e is geen volwaardige klinker — het is een korte tussenklank, zoals de "uh" in Engels duh. In snelle spraak verdwijnt hij vaak helemaal. Maak je niet druk over de exacte uitspraak.

De moeilijkste klanken: keelklanken

Dit zijn dé klanken die Tarifit zo herkenbaar maken. Voor Nederlandstaligen zijn ze nieuw — maar als je deze beheerst, klink je meteen veel beter.

LetterHoe maak je 'm?
ɣde Arabische ﻍ — "gh"-klank zoals in Maghreb; ook vergelijkbaar met de zachte Nederlandse g in Groningen
xscherpe keel-h — Nederlands "ch" in lachen
qk zo diep mogelijk in de keel
uitademen door een vernauwde keel — alsof je een spiegel beademt
ɛknijpende klank — Arabische ع
hgewone "h" als in huis

Drie klassen van extra letters

Letters met streepje onder (ḇ, ḏ, ṯ, ḵ): blazend uitgesproken.
= de "th" in Engels this. = de "th" in Engels thin.

Letters met puntje onder (ḍ, ṣ, ṭ, ẓ, ṛ): donker uitgesproken, achter in de mond. Deze "donkerheid" verspreidt zich over het hele woord.

De drie R's: r (gewone, korte rollende r), ř (was vroeger een l — klinkt nog steeds r-achtig), (donkere r).

Truc om te onthouden

Voor de keelklanken q, ḥ, ɛ kun je goede YouTube-tutorials kijken die deze klanken uitleggen voor Arabisch — het zijn precies dezelfde klanken als ق, ح, ع.

les 02 · niveau 1

Persoonlijke voornaamwoorden

"Ik, jij, hij, zij..." — de eerste woorden die je nodig hebt om iets over jezelf en anderen te zeggen.

De vrije voornaamwoorden

Dit zijn de zelfstandige vormen — de "losse" voornaamwoorden, zoals het Nederlandse ik, jij, hij.

PersoonTarifit
iknecc
jij (tegen man)cekk
jij (tegen vrouw)cemm
hijnetta
zijnettaṯ
wijneccin
jullie (mannen of gemengd)kenniw
jullie (alleen vrouwen)kenninṯ
zij (mannen of gemengd)niṯni ~ niḥni
zij (alleen vrouwen)niṯenṯi ~ niḥenṯi
Belangrijk verschil met Nederlands

Tarifit maakt onderscheid tussen "jij (M)" en "jij (V)" — in Nederlands hebben we maar één "jij". Tegen een man zeg je cekk, tegen een vrouw cemm. Hetzelfde geldt voor "jullie" en "zij".

Wanneer gebruik je deze?

Vooral voor twee dingen:

  1. In zinnen zonder werkwoord ("Ik ben Mimoun") — dit leer je in Les 03
  2. Voor nadruk ("Wat mij betreft, ik vind...")

In normale werkwoord-zinnen worden voornaamwoorden gewoonlijk niet gebruikt — het werkwoord zelf bevat al de informatie wie iets doet (zoals in Spaans of Italiaans).

Voorbeelden uit het boek

necc d Mimun — "ik ben Mimoun"
d necc — "ik ben het" (lett. "het is ik")

les 03 · niveau 1

"Ik ben..." — zinnen zonder werkwoord

Het mooie aan Tarifit: voor "Ik ben X" heb je geen werkwoord nodig. Je kunt dit nu al!

De truc: het partikel d

In Tarifit zeg je voor "X is Y" gewoon: X · d · Y. Het kleine woordje d (uitgesproken als de "th" in Engels this) doet het werk van het werkwoord "zijn".

TarifitLetterlijkVertaling
necc d Mimun"ik · d · Mimoun"Ik ben Mimoun
netta d aayaz"hij · d · man"Hij is een man
nettaṯ d ṯamɣaṯ"zij · d · vrouw"Zij is een vrouw
d necc"d · ik"Ik ben het

"Hij is mijn broer"

Combineer met familiewoorden (Les 04):

  • netta d uma — "hij is mijn broer"
  • d uma — "het is mijn broer"

Wanneer gebruik je d NIET?

Als wat erna komt geen naamwoord is, maar bijvoorbeeld een voorzetselgroep of bijwoord:

  • waniṯa nnes — "deze hier is van hem" (geen d)
  • necc ammu — "ik ben zo" (geen d)
Aha-moment

Met alleen Les 02 (voornaamwoorden) en deze les kun je al simpele "ben/is/zijn"-zinnen maken. Ga eens proberen: hoe zou je zeggen "Wij zijn van het Rif"? (Hint: arrif = de Rif)

les 04 · niveau 1

Familiewoorden

De makkelijkste woorden om mee te beginnen — en de woorden die je dagelijks gebruikt. Bonus: ze betekenen automatisch "mijn".

De truc: "mijn" zit er al in

Familiewoorden in Tarifit zijn een speciale categorie (Klasse III). Het mooie: ze betekenen al automatisch mijn X. Je hoeft geen apart woord voor "mijn" toe te voegen.

TarifitBetekenisMeervoud
babamijn vaderibabaṯen
yemmamijn moederṯiyemmaṯin
umamijn broerayeṯma
učmamijn zusissma
mmimijn zoon
yedjimijn dochterissi
jeddimijn opařejḏuḏ
ḥennamijn omaṯiḥennaṯin
ɛzizimijn oom (vaders kant)ɛmumi
ɛentimijn tante (vaders kant)ɛwanti
xarimijn oom (moeders kant)xwari
xacimijn tante (moeders kant)xwaci

"Jouw vader / zijn vader / haar vader"

Voor andere bezitters voeg je een achtervoegsel toe:

TarifitBetekenis
babamijn vader
baba-cjouw vader (M)
baba-mjouw vader (V)
baba-szijn / haar vader
baba-ṯneyonze vader
baba-ṯwemjullie (M) vader
baba-ṯkenṯjullie (V) vader
baba-ṯsenhun (M) vader
baba-ṯsenṯhun (V) vader

Hetzelfde patroon werkt voor alle familiewoorden: yemma-c "jouw moeder", uma-s "zijn broer", učma-ṯney "onze zus".

Combineer met Les 03

  • netta d uma — hij is mijn broer
  • nettaṯ d učma — zij is mijn zus
  • d uma-s — het is zijn / haar broer
Let op

baba betekent mijn vader, niet "vader" in algemene zin. Voor "een vader" heb je een andere constructie nodig die later komt.

les 05 · niveau 1

Begroetingen & dagelijkse uitdrukkingen

Praktische zinnen die je meteen kunt gebruiken — gebouwd uit alles wat je tot nu toe hebt geleerd.

De standaard begroeting

TarifitVertaling
aqq-ec mliḥ?Gaat het goed met je? (letterlijk: "ben jij goed?")

Dit is een vaste uitdrukking — je hoort hem dagelijks in Riffijnse families. aqqa betekent ongeveer "kijk hier!" of "hier ben je", en mliḥ betekent "goed".

Vaste uitdrukkingen uit het boek

Deze komen uit teksten in Hoofdstuk 18 van het boek — echte zinnen uit verhalen en gesprekken:

TarifitVertaling
d wenni nettazo is het, oké (een vaste uitdrukking)
waxxaoké, akkoord
d neccik ben het
d cekk?ben jij het? (M)
ammuzo, op deze manier
řexxunu

Wanneer iemand iets aan je geeft

Voor "alsjeblieft, hier (heb je het)":

  • ay-am — alsjeblieft (V) (tegen vrouw)
  • ay-am-ṯ — hier heb je het (V)

"Bedankt", "alsjeblieft" — de praktijk

Voor "bedankt" wordt vaak het Arabische cukran gebruikt, of in religieuze context baṛakallahu fik ("moge God je zegenen"). Het boek geeft hier geen specifiek Tarifit-equivalent — Riffijnse families mengen dit graag met Arabisch.

Probeer het zelf

Combineer wat je weet: stel je een ontmoeting voor met je oom (ɛzizi). Hoe zou je zeggen: "Hallo oom, gaat het goed?" Hint: gebruik a als aanspreekvorm + de begroeting van deze les.

les 06 · niveau 2

Wat is een werkwoord in Tarifit?

Voor we vervoegen, eerst begrijpen: hoe ziet een Tarifit-werkwoord eruit, en wat is anders dan in Nederlands?

Drie dingen die anders zijn

1. De basisvorm is de gebiedende wijs

In Nederlandse woordenboeken staat de infinitief: "lopen", "eten", "zien". In Tarifit-woordenboeken staat de imperatief (gebiedende wijs): "loop!", "eet!", "zie!" — gewoon de pure stam, zonder uitgang.

  • qqim — zit! / zitten
  • cc — eet! / eten
  • ari — schrijf! / schrijven
  • ru — huil! / huilen

2. Voorvoegsels EN achtervoegsels

Tarifit-werkwoorden krijgen vervoegingsuitgangen aan beide kanten — vóór en na de stam. Nederlands heeft alleen achtervoegsels ("ik loop, jij loopt"), Tarifit heeft beide ("neqqim" = "wij zitten").

3. Werkwoorden hebben "aspect", geen "tijd"

Dit is het grootste verschil — en je leert het in Les 09. Voor nu: onthoud dat één Nederlands werkwoord "lopen" in Tarifit meerdere vormen heeft afhankelijk van of de actie:

  • afgerond is
  • nog bezig is
  • gewoonte is
  • nog niet gebeurd is

Voorbeeld: "zitten"

Het werkwoord "zitten" heeft de stam qqim. Hier zie je vast hoe het er uitziet bij verschillende personen — in Les 07 leer je het patroon:

PersoonVorm
ik zitqqimey
jij zitṯeqqimeḏ
hij zityeqqim
zij zitṯeqqim
wij zittenneqqim

Zie je het patroon? De stam qqim blijft hetzelfde, maar krijgt verschillende prefixen en suffixen voor elke persoon.

Onthoud

In woordenlijsten en op deze site staat een werkwoord in de gebiedende wijs — de korte vorm zoals je iemand een opdracht geeft. Van daaruit bouw je alle andere personen met voor- en achtervoegsels.

les 07 · niveau 2

Vervoeging: ik / jij / hij / zij

De helft van alle vervoegingen — voor de enkelvoudige personen. Leer dit patroon één keer, en je kunt elk werkwoord vervoegen.

Het patroon

Voor de meeste werkwoorden geldt:

PersoonPatroonVoorbeeld (qqim "zitten")
ikSTAM-eyqqimey "ik zit"
jij (M of V)-STAM-eḏṯeqqimeḏ "jij zit"
hijy-STAMyeqqim "hij zit"
zij-STAMṯeqqim "zij zit"

Wat valt op?

  • "jij" krijgt zowel een prefix (ṯ-) als een suffix (-eḏ) — vandaar dat ik in Les 06 zei: voorvoegsels EN achtervoegsels.
  • "hij" en "zij" verschillen alleen in het prefix: y- voor mannelijk, ṯ- voor vrouwelijk.
  • De prefix y- wordt vaak gerealiseerd als een korte i- of zelfs verdwijnt in spraak. Schriftelijk schrijven we 'm wel.

Probeer het met andere werkwoorden

Werkwoord cc "eten" (een hele korte stam!):

  • cciy — ik at
  • ṯecciḏ — jij at
  • yecca — hij at (let op: extra a aan het einde — dit is een speciale groep, zie Les 09)
  • ṯecca — zij at

Werkwoord ari "schrijven":

  • ariy — ik schrijf / ik schreef
  • ṯariḏ — jij schrijft
  • yari — hij schrijft
  • ṯari — zij schrijft
Truc om te onthouden

Onthoud de prefixen: geen prefix voor "ik", ṯ- voor "jij" en "zij", y- voor "hij". De suffix bij "ik" is -ey, bij "jij" is -eḏ, en bij "hij/zij" géén suffix.

les 08 · niveau 2

Vervoeging: wij / jullie / zij

De andere helft. Net als in Les 07: één patroon, alle werkwoorden.

De meervoudsvormen

PersoonPatroonVoorbeeld
wijn-STAMneqqim "wij zitten"
jullie (M / gemengd)-STAM-emṯeqqimem "jullie zitten"
jullie (V)-STAM-enṯṯeqqimenṯ "jullie (V) zitten"
zij (M / gemengd)STAM-enqqimen "zij zitten"
zij (V)STAM-enṯqqimenṯ "zij (V) zitten"
Belangrijke regel

De vrouwelijke meervoudsvormen (-enṯ) gebruik je alleen als de groep volledig uit vrouwen bestaat. Eén man in de groep? Dan wordt het automatisch de mannelijke vorm — net als in Frans of Spaans.

Volledige tabel: het werkwoord qqim

PersoonVormVertaling
1SGqqimeyik zit
2SGṯeqqimeḏjij zit
3SG:Myeqqimhij zit
3SG:Fṯeqqimzij zit
1PLneqqimwij zitten
2PL:Mṯeqqimemjullie (M) zitten
2PL:Fṯeqqimenṯjullie (V) zitten
3PL:Mqqimenzij (M) zitten
3PL:Fqqimenṯzij (V) zitten

Imperatief: "zit!"

De gebiedende wijs is gewoon de stam, zonder vervoeging:

  • qqim — zit! (1 persoon)
  • qqimeṯ of qqimem — zitten jullie! (M / gemengd)
  • qqimenṯ — zitten jullie (V)!
les 09 · niveau 2

Aspect: afgerond vs lopend

Het grootste verschil tussen Tarifit en Nederlands. Eenmaal begrepen, klopt alles ineens.

Nederlands denkt in TIJD

In Nederlands draait het om wanneer iets gebeurt:

  • Verleden: "ik werkte"
  • Heden: "ik werk"
  • Toekomst: "ik zal werken"

Tarifit denkt in ASPECT

In Tarifit draait het om hoe de actie ervoor staat. Drie hoofdvormen:

AspectWanneer gebruik je 'm?
Perfectief (afgerond)Voor afgeronde acties of toestanden
Imperfectief (lopend)Voor gewoontes, lopende acties, herhalingen
Aorist (basis)Met het partikel ad voor toekomst (zie Les 10)

Voorbeeld: "ik eet"

Eén Nederlandse zin → drie Tarifit-vormen:

Wat je bedoeltTarifit
"Ik eet (gewoonte)"tetey (Imperfectief)
"Ik ben aan het eten"qa tetey (qa + Imperfectief)
"Ik heb gegeten / ik at"cciy (Perfectief)

Zie je dat de stam verandert? Voor "eten" is het:

  • Aorist / Imperatief: cc
  • Perfectief: cca (met extra a)
  • Imperfectief: tett (compleet andere vorm!)
Eerlijk gezegd...

De Imperfectief is het meest onregelmatige onderdeel van Tarifit. Er zijn patronen, maar geen regel die altijd klopt. De beste aanpak: leer per werkwoord de drie vormen samen — net zoals je in Engels "go / went / gone" als drieling leert.

Een paar veel-voorkomende werkwoorden

Aorist (basis)PerfectiefImperfectiefBetekenis
ccccatetteten
suswasessdrinken
qqimqqimtɣimazitten / blijven
rurutruhuilen
ariuraṯarischrijven
řmeḏřmeḏřemmedleren

Het partikel qa "nu, op dit moment"

Voor "ik ben aan het eten" (lopende actie) zet je qa voor de Imperfectief:

  • qa tetey — ik ben aan het eten
  • qa yetru — hij is aan het huilen
  • qa baba qa yeggʷa-d — mijn vader is aan het komen
les 10 · niveau 2

Toekomst met ad

Voor "ik zal..." en "ik wil...". Eén partikel, en je kunt al zinnen over de toekomst maken.

De regel

Zet het partikel ad voor het werkwoord (in de Aorist-vorm):

TarifitVertaling
ad cciyik zal eten / ik ga eten
ad ṯecceḏjij zult eten
ad yecchij zal eten
ad neccwij zullen eten

Versmeltingen — let op!

Voor een of n wordt ad vaak gewoon a:

  • a ṯeffeɣad ṯeffeɣ "zij zal naar buiten gaan"
  • a neffeɣad neffeɣ "wij zullen naar buiten gaan"

Niet alleen toekomst

ad betekent eigenlijk "nog niet gerealiseerd" — wat ook kan zijn:

  • Toekomst: ad yaggʷeḥ "hij zal naar huis gaan"
  • Wens / mogelijkheid: ad yaggʷeḥ "moge hij naar huis gaan / zou hij naar huis moeten gaan"
  • Na "willen": xsey ad meřcey "ik wil trouwen" (lett. "ik wil ik zal trouwen") — zie Les 21
Sterker: xad

Voor een sterkere toekomst (méér zekerheid) gebruik je xad in plaats van ad. Bijvoorbeeld xa ṯdu "ze zal zeker wegvliegen". Maar pas op: xad kan niet in bijzinnen of vraagwoord-vragen.

les 11 · niveau 3

Mannelijk vs vrouwelijk

Net als Frans of Duits heeft Tarifit twee geslachten. Maar — fijn nieuws — je kunt het meestal aan de vorm zien.

De gouden regel

Vrouwelijk = mannelijk + ṯ- aan het begin én -ṯ aan het einde.

Voorbeelden

MannelijkVrouwelijkBetekenis
afunasṯafunasṯrund / koe
aḥenjiaṯaḥenjiaṯjongen / meisje
aɛabibṯaɛabibṯstiefzoon / stiefdochter
ayyawṯayyawṯkleinzoon / kleindochter

Soms zijn het andere woorden

Net als in Nederlands "stier" en "koe" — soms hebben mannelijk en vrouwelijk een andere stam:

MannelijkVrouwelijkBetekenis
aayazṯamɣaṯman / vrouw
amyanṯyatṯbok / geit
icarriṯixsiram / ooi
yisřeɛawḏapaard / merrie

Talen zijn altijd vrouwelijk

  • ṯmazixṯ — Berbertaal (en: een Berbervrouw)
  • ṯaɛrabṯ — Arabisch (en: een Arabische vrouw)
  • ṯaspanyuṯ — Spaans (en: een Spaanse vrouw)

Soms M = groot, V = klein

Bij sommige objecten gebruikt Tarifit het verschil voor groot/klein:

Groot (M)Klein (V)
attaw (groot oog)ṯitṯ (gewoon oog)
akeccuḏ (grote stok)ṯakeccutṯ (takje)
aqbuc (grote kruik)ṯaqbucṯ (kleine kruik)
les 12 · niveau 3

Enkelvoud vs meervoud

Tarifit heeft niet één manier om meervoud te maken — er zijn meerdere patronen. Maar er is één hele veel-voorkomende regel.

De hoofdregel: a- wordt i-

Het voorvoegsel a- in mannelijke woorden wordt i- in het meervoud. Vaak komt er ook een -en of -an achter.

EnkelvoudMeervoudBetekenis
afunasifunasenrund / runderen
aḥenjiaiḥenjianjongen / jongens
amezzyanimezzyanenkleine / kleinen

Voor vrouwelijke woorden

Idem, maar met ṯ- ervoor en -in erachter:

EnkelvoudMeervoudBetekenis
ṯafunasṯṯifunasinkoe / koeien
ṯaḥenjiaṯṯiḥenjirinmeisje / meisjes

Andere patronen

Niet alle meervouden volgen het hoofdpatroon. Een paar veel-voorkomende uitzonderingen:

Klinkers in de stam veranderen

  • azruizra "steen / stenen"
  • aslemiselman "vis / vissen"

Compleet andere vorm (suppletief)

  • umaayeṯma "broer / broers"
  • učmaissma "zus / zussen"
  • aydiiṯan "hond / honden"
  • yisiysan "paard / paarden"

Met ingevoegde -aw-

  • uřawen "hart / harten"
  • ṯitṯṯitṯawin "oog / ogen"
Praktisch advies

Leer het meervoud altijd samen met het enkelvoud — net als in Duits ("der Mann / die Männer"). Er is geen regel die altijd werkt.

les 13 · niveau 3

"Mijn, jouw, zijn, haar..."

Bezit aangeven. Werkt anders dan in Nederlands — bezitsvormen plakken aan het eind van het woord.

Twee manieren voor bezit

1. Familiewoorden — direct achtervoegsel

Bij familiewoorden plakt het bezit direct vast (zie Les 04):

  • baba — mijn vader
  • baba-c — jouw vader
  • baba-s — zijn / haar vader

2. Andere woorden — met n "van"

Voor alle andere woorden gebruik je het voorzetsel n "van" + bezitsvorm:

TarifitBetekenis
inuvan mij (onregelmatig!)
nnecvan jou (M)
nnemvan jou (V)
nnesvan hem / van haar
nneyvan ons
nwemvan jullie (M)
nkenṯ ~ ncenṯvan jullie (V)
nsenvan hen (M)
nsenṯvan hen (V)

In zinnen

TarifitVertaling
ṯaḏḏarṯ inumijn huis (lett. "het huis van mij")
ṯaḏḏarṯ nnecjouw huis (M)
ṯaḏḏarṯ nneszijn / haar huis
aayaz nneshaar man / haar echtgenoot
ṯamɣaṯ nneszijn vrouw
Let op

"Van mij" is inu, NIET nni of iets dergelijks — dit is de enige onregelmatige vorm. De rest volgt mooi het patroon nn-.

les 14 · niveau 3

"Deze" en "die"

Iets aanwijzen. Tarifit heeft drie afstanden — en alle drie zijn praktisch.

Drie achtervoegsels

SuffixBetekenis
-a"deze" — dichtbij de spreker
-in"die" — verder weg, of bij de luisteraar
-enni"die we eerder noemden" — al genoemd in het gesprek

De derde — -enni — is uniek voor Tarifit. Engels heeft "the aforementioned X". Nederlands ongeveer "die X waar we het over hadden".

Voorbeelden

Basis+ "deze"+ "die"+ "eerder genoemd"
aayaz "man"aayaz-aaayaz-inaayaz-enni
ṯaḏḏarṯ "huis"ṯaḏḏarṯ-aṯaḏḏarṯ-inṯaḏḏarṯ-enni
ifassen "handen"ifassenn-aifassenn-inifassen-ni

Losse aanwijzers

Voor "deze (M)", "deze (V)" enz. zonder een naamwoord:

"deze""die""eerder"
M (enkelvoud)wawinwenni
V (enkelvoud)ṯaṯinṯenni
M (meervoud)inainininni
V (meervoud)ṯinaṯininṯinni

"Hier, daar, nu"

TarifitBetekenis
ḏahier
ḏindaar
ḏihadaarginds, ver weg
řexxunu
ammuzo, op deze manier
les 15 · niveau 3

Vrije & verbonden staat

Het belangrijkste concept van Tarifit dat in Nederlands niet bestaat. Een woord verandert van vorm afhankelijk van waar het in de zin staat.

Wat gebeurt er?

Een Klasse-I naamwoord (= de meeste woorden, beginnend met a-, i-, u- of ṯ-) heeft twee vormen:

  • Vrije staat — de basisvorm, "in rust"
  • Verbonden staat — wanneer het woord aan een ander woord verbonden is (na een voorzetsel, of als onderwerp na een werkwoord)

Hoe verandert de vorm?

Vrije staatVerbonden staat
M enkelvoudafunaswafunas
V enkelvoudṯafunasṯṯfunasṯ
M meervoudifunasenifunasen
V meervoudṯifunasinṯfunasin

De regels:

  • M enkelvoud: a- wordt wa- of u-
  • V enkelvoud: ṯa- wordt ṯe- of ṯ-
  • V meervoud: ṯi- wordt ṯ-

Wanneer welke vorm?

Vrije staat (FS) gebruik je:

  1. Op zichzelf: aayaz "een man"
  2. Als onderwerp aan het begin: aayaz-a d ayyaw nnes "deze man is zijn kleinzoon"
  3. Als lijdend voorwerp: yessawař ṯaspanyuṯ "hij spreekt Spaans"
  4. Na aṛ "tot" en břa "zonder": břa aayaz nnes "zonder haar man"

Verbonden staat (AS) gebruik je:

  1. Als onderwerp NA het werkwoord: yeqqim waayaz "de man bleef"
  2. Na bijna alle voorzetsels: baba-s n waayaz "de vader van de man"

Vergelijk twee zinnen

ZinOnderwerpReden
aayaz yexḏemaayaz (FS)onderwerp staat vóór werkwoord
yexḏem waayazwaayaz (AS)onderwerp staat na werkwoord

Beide zinnen betekenen "de man werkt" — het verschil zit in nadruk en stijl. Maar het concept is essentieel: de vorm hangt af van de positie.

Belangrijke uitzonderingen
  • Klasse II (Arabische woorden zoals ssaḇun "zeep") hebben geen staat-onderscheid.
  • Klasse III (familiewoorden zoals baba) hebben geen staat-onderscheid.
  • Bijvoeglijke naamwoorden staan altijd in vrije staat, ongeacht het woord dat ze beschrijven.
Geheugensteuntje

In rust (alleen, vooraan) → vrije staat. In een groep (na voorzetsel, na werkwoord) → verbonden staat. Eenmaal vertrouwd, gaat dit automatisch.

les 16 · niveau 4

Zinsvolgorde: VSO

Tarifit zet het werkwoord eerst. Niet "de man eet brood", maar "eet de man brood".

De basisvolgorde

De normale volgorde is:

Werkwoord — Onderwerp — Lijdend Voorwerp — Voorzetselgroepen

In het Engels heet dit VSO (Verb–Subject–Object). Nederlands is meestal SOV/SVO.

Voorbeeld uit het boek

TarifitLetterlijk
qa yewca baba ṯṯmenyaṯ i Mimun "qa · gegeven · mijn-vader · geld · aan · Mimoun"

Vertaling: "Mijn vader heeft geld aan Mimoun gegeven."

Wat valt op?

  • Het werkwoord (yewca "hij gaf") komt vóór het onderwerp (baba "mijn vader")
  • Het onderwerp na het werkwoord staat in verbonden staat (zie Les 15) — maar baba is een familiewoord (Klasse III) dus heeft die niet
  • Het lijdend voorwerp (ṯṯmenyaṯ "geld") komt na het onderwerp
  • De voorzetselgroep (i Mimun "aan Mimoun") komt aan het eind

Met een ander voorbeeld

  • yexḏem waayaz — "werkt de man" = "de man werkt"
    (let op: aayaz wordt waayaz in verbonden staat)
  • yeqqim waayaz ḏi barra — "blijft de man buiten" = "de man bleef buiten"

Werkwoord zonder onderwerp

Het is heel normaal om het onderwerp helemaal niet uit te spreken — de werkwoordvervoeging zegt al wie het doet:

  • yus-d — hij is gekomen (geen extra "hij" nodig)
  • yexḏem — hij werkt
  • cciy — ik heb gegeten
Wanneer staat het onderwerp WEL vooraan?

Als je nadruk wilt leggen op het onderwerp. Dat heet topicalisatie. Dan staat het in vrije staat en met (vaak) een komma erna: aayaz, yexḏem "de man, hij werkt".

les 17 · niveau 4

Voorzetsels

De kleine woordjes voor relaties: in, op, naar, met, van. Hier zijn de belangrijkste.

Belangrijke regel

Bijna alle voorzetsels worden gevolgd door verbonden staat (zie Les 15). Uitzondering: aṛ "tot" en břa "zonder" — die nemen vrije staat.

De belangrijkste voorzetsels

TarifitBetekenisVoorbeeld
ḏiinḏi ṯaḏḏarṯ "in het huis"
xopx uyis "op het paard"
zivan, uitzi Naḍuar "uit Nador"
ɣaanaar, bijɣaa ṯmeddiṯ "in de namiddag"
smet (instrument)s ṯmazixṯ "in het Berbers"
akedmet (samen)aked uma-s "met zijn broer"
iaan, voori Mimun "aan Mimoun"
nvan (bezit)ṯaḏḏarṯ n ṯemɣaṯ "het huis van de vrouw"
jaatussenžar iduraa "tussen de bergen"
aṛtot (+ vrije staat)aṛ ṯameddiṯ "tot de avond"
břazonder (+ vrije staat)břa ṯamɣaṯ nnes "zonder zijn vrouw"
amzoalsam necc "zoals ik"
den (alleen NPs)necc d uma "ik en mijn broer"

Bezit met ɣaa: "hebben"

Tarifit heeft geen apart werkwoord voor "hebben". In plaats daarvan zeg je: "bij X is Y" met ɣaa:

TarifitLetterlijkVertaling
yari ijjen ṯṯumubin"bij-mij één auto"Ik heb een auto
ɣaas ijj uma-s"bij-haar één broer-haar"Ze heeft een broer
ɣaaney ṯaḏḏarṯ"bij-ons huis"Wij hebben een huis

De vormen van ɣaa + voornaamwoord:

  • yari — bij mij
  • ɣaak — bij jou (M)
  • ɣaam — bij jou (V)
  • ɣaas — bij hem / haar
  • ɣaaney — bij ons
  • ɣaawem — bij jullie (M)
  • ɣaakenṯ — bij jullie (V)
  • ɣaasen — bij hen (M)
  • ɣaasenṯ — bij hen (V)
les 18 · niveau 4

Telwoorden 1–10

Op één na geleend uit Arabisch — dus als je Arabisch kent, is dit makkelijk.

De cijfers

CijferTarifitBijzonderheden
1ijjen (M) / icṯen (V)Het enige Berberse cijfer; geslachtsverschil
2ṯnayen
3ṯřaṯa
4aaḇɛa
5xemsa
6setta
7seḇɛa
8ṯmenya
9ṯesɛa
10ɛecra

Hoe gebruik je ze?

Voor 2 en hoger: gebruik n "van" tussen het cijfer en het naamwoord:

  • ṯřaṯa n ṯemɣarin — drie vrouwen (lett. "drie van vrouwen")
  • aaḇɛa n ṯfunasin — vier koeien
  • xemsa n yewdan — vijf mensen

Maar "één" werkt anders

ijjen gebruikt geen n:

  • ijjen waayaz — een man / één man
  • icṯ ṯemɣaṯ — een vrouw / één vrouw
  • ijjen ṯaḏḏarṯ — een huis

"Een man" of "één man"?

ijjen betekent zowel "één" als "een" (onbepaald lidwoord). Net als in Engels: "one man" / "a man" — beide kan met one.

Hoger tellen

11–19 hebben aparte vormen, dan komen tientallen:

  • 11 — ḥidɛac
  • 20 — ɛicrin
  • 30 — ṯřaṯin
  • 100 — mya
  • 1000 — ařef
les 19 · niveau 4

Vraagwoorden

Wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom — alles wat je nodig hebt om vragen te stellen.

De vraagwoorden

TarifitBetekenisVoorbeeld
wiwiewi yewṯa uḥenjia-nni? "wie sloeg de jongen?"
min ~ mayenwatmin ṯaazzud? "wat zoek je?"
maniwaarmani ṯṯiřid? "waar woon je?"
maniswaar vandaanmanis ya ṯaḏfeḏ? "welke kant ga je in?"
meřmiwanneermeřmi ṯṯettsed? "wanneer slaap je?"
mecḥařhoeveelmecḥař iwezzen? "hoeveel weegt het?"
mayemmiwaarommayemmi ṯeṯrud? "waarom huil je?"
mamechoemamec yegga manay-a? "hoe heeft hij dat gedaan?"

Ja/nee-vragen

Twee manieren:

1. Met het partikel ma aan het begin

  • ma d cekk? — "ben jij het?"
  • ma iwden-d? — "zijn ze hier aangekomen?"

2. Met stijgende intonatie (zoals in Nederlands)

  • d wa? — "is het deze?"
  • mliḥ ca? — "ben je oké?"

Combineren met voorzetsels

  • zi meřmi? — "sinds wanneer?"
  • aṛ mani? — "tot waar?"
les 20 · niveau 4

Ontkenning: "niet"

Hoe je iets ontkent. Werkt anders dan in Nederlands — Tarifit gebruikt vaak twee woorden.

De basis

Voor "niet" gebruik je waa vóór het werkwoord, en vaak ca erna:

PositiefNegatief
cciy "ik heb gegeten"waa cciy ca "ik heb niet gegeten"
yus-d "hij is gekomen"waa yus-d ca "hij is niet gekomen"
ssiney "ik weet"waa ssiney ca "ik weet niet"

Net als in Frans "ne ... pas" — waa ... ca omhult het werkwoord.

De werkwoordvorm verandert

Bij ontkenning verandert de vorm van het werkwoord een beetje. a wordt vaak i:

PerfectiefNegatief PerfectiefBetekenis
wdawdivallen
řmeḏřmidleren
udefudifbinnengaan

Niet doen ("niet eten!")

Voor verboden gebruik je waa + Imperfectief:

  • waa tett — niet eten!
  • waa ṯeggʷeḏ ca — wees niet bang

Andere ontkenningswoorden

TarifitBetekenisVoorbeeld
waa ... ḥeddniemandwaa ṯ-yezri ḥedd "niemand zag hem"
waa ... walunietswaa ḏas-nnin walu "ze zeiden niets tegen hem"
waa ... ura dzelfs nietwaa yari ura d ijjen "ik heb helemaal niemand"
ɛemmaasnooitɛemmaas waa d-yusi "hij is nooit gekomen"

"Niet zijn"

Voor "X is niet Y" gebruik je waadji:

  • cem waadji bu d yemma — "jij bent niet mijn moeder"
  • waadji bu amenni — "het is niet zo"
les 21 · niveau 5

Willen, kunnen, beginnen

"Ik wil gaan", "ik kan zwemmen". Werkt anders dan in Nederlands — geen infinitief, maar twee vervoegde werkwoorden.

De truc: twee werkwoorden, beide vervoegd

Nederlands heeft een infinitief: "ik wil gaan". Tarifit gebruikt twee volledig vervoegde werkwoorden:

  • xsey ad meřcey — "ik wil ik-zal-trouwen" = "ik wil trouwen"
  • yebda yeṯxemmem — "hij begon hij-denkt" = "hij begon na te denken"

De belangrijkste hulpwerkwoorden

WerkwoordWat volgt erna?
xes "willen"ad + Aorist
zemmaa "kunnen"ad + Aorist
bda "beginnen"Imperfectief
qqim "doorgaan met"Imperfectief
af "vinden, treffen"Naar context

Voorbeelden

  • xsey ad ariy — "ik wil schrijven"
  • waa zemmaay ad sbaay — "ik kan niet meer wachten"
  • yebda usaaḏun nnes itett-iṯ — "zijn muildier begon het op te eten"
  • yufi-ṯ yeṯxemmem — "hij vond hem nadenkend"

"Worden" — dweř

Voor verandering van toestand:

  • qa yedweř d adbib — "hij is dokter geworden"
  • yedweř qaɛ yeggenfa — "hij werd helemaal genezen"

"Dat" — illa / belli

Voor "ik weet dat...":

  • yessen illa ad ariy — "hij weet dat ik zal schrijven"
  • qa ṯessned illa d mmi-m — "je weet dat het je zoon is"

Bij ontkenning gebruik je ma in plaats van illa:

  • waa ssiney ma yus-d — "ik weet niet of hij gekomen is"
les 22 · niveau 5

Voornaamwoorden-suffixen

"Hem, haar, ons" als achtervoegsels. Plakken aan werkwoorden. Krachtig zodra je 't door hebt.

Lijdend voorwerp ("hem, haar...")

Plakt achter het werkwoord:

Tarifit suffixBetekenis
-ayimij
-c ~ -cekkjou (M)
-cemjou (V)
-ṯhem / haar
-aney ~ -ayons
-kenniwjullie (M)
-kenninṯjullie (V)
-ṯenhen (M)
-ṯenṯhen (V)

Voorbeelden

  • yessufy-iṯ — "hij heeft hem naar buiten gelaten"
  • yecc-iṯ — "hij heeft het opgegeten"
  • ṯ-zriy — "ik heb haar gezien"

Meewerkend voorwerp ("aan hem, aan ons...")

Tarifit suffixBetekenis
-ayiaan mij
-acaan jou (M)
-amaan jou (V)
-asaan hem / haar
-aneyaan ons
-awemaan jullie (M)
-akenṯaan jullie (V)
-asenaan hen (M)
-asenṯaan hen (V)

Voorbeelden

  • wciy-as pabu — "ik gaf hem een kalkoen"
  • yenna-am — "hij zei tegen jou (V)"
  • ṯenna-ayi — "ze zei tegen mij"

Combinaties — vaste volgorde

Als je beide gebruikt, is de volgorde altijd:

Werkwoord — Indirect Object — Direct Object — d "hierheen"

  • yiwy-ac-ṯ-iḏ — "hij heeft het hier voor jou gebracht"
    (ac = aan jou, = het, iḏ = hierheen)

De richting-marker -d "hierheen"

Plakt aan het werkwoord en geeft aan dat de actie naar de spreker gericht is:

  • yedweř ɣaa Naḍuar — "hij keerde terug naar Nador" (spreker is NIET in Nador)
  • yedweř-d ɣaa Naḍuar — "hij keerde terug naar Nador" (spreker IS in Nador)
les 23 · niveau 5

En, of, maar, als

Voegwoorden om zinnen aan elkaar te koppelen.

"En" — twee verschillende woorden

TarifitWanneer
dtussen naamwoorden (alleen!)
(geen woord)tussen zinnen — gewoon naast elkaar zetten

Voorbeelden:

  • necc d uma — "ik en mijn broer"
  • imendi d farina d yaaḏen — "gerst, zacht graan en tarwe"

"Of"

niɣ betekent "of":

  • ma d azeggʷaɣ niɣ d acemřař? — "is het rood of wit?"

"Maar"

Verschillende opties (afhankelijk van nuance):

  • maca — gewone "maar"
  • walakin — "maar" (formeler, geleend)
  • seɛɛa — "maar in werkelijkheid"

"Als" — twee soorten

Hypothese (kan waar zijn): mařa

  • mařa ṯexseḏ a ḏam-ṯ-newc — "als je wilt, geven we hem aan jou"

Counterfactueel (was niet zo): mři, meɛlik

  • mři ḏ-usiy ifi cciy — "als ik gekomen was, zou ik gegeten hebben"

"Wanneer"

TarifitWanneer gebruik je 'm?
umi, famiwanneer (verleden)
xmi, xemmiwanneer (heden / toekomst)

Andere voegwoorden

TarifitBetekenis
aṛtot
qbeřvoordat
zeggasinds
awaṛn uminadat
puřki ~ liannaomdat
ḥuma ~ bašzodat, om te
waxxazelfs als / oké
les 24 · niveau 5

Tijd-uitdrukkingen

"Vandaag, gisteren, nu, vroeger" — tijd in zinnen plaatsen.

Het partikel tuya "verleden"

Zet de actie / toestand vóór nu. Werkt zoals een verledentijd-marker:

  • tuya-c d ameddukeř inu — "jij was mijn vriend"
  • tuya-ayi ḏi ṯaḏḏarṯ — "ik was thuis"
  • zzman tuya ṯnayen n duru tsekkʷa — "vroeger was twee duro veel waard"

Negatieve vorm: tuyi

Tijd-bijwoorden

TarifitBetekenis
řexxu ~ řexṯunu
řexḏennitoen, in die tijd
řebdaaltijd
zzmanvroeger, in de oude tijd
ṯiweccamorgen

Dagdelen

  • s nnhaa — overdag
  • s žiřeṯ — 's nachts
  • ɣaa wezyen n nnhaa — op de middag (lett. "op de helft van de dag")
  • ɣaa ṯmeddiṯ — in de namiddag

Telwoorden in tijd-context

Voor tijdseenheden gebruikt Tarifit speciale "telvormen":

  • ɛam — een jaar
  • ɛamayen — twee jaar (Arabische dualis!)
  • ṯeřṯ snin — drie jaar
  • cḥaa — een maand
  • cehrayen — twee maanden
  • nnhaa — een dag
  • yumayen — twee dagen
  • iyyam — dagen (3+)
les 25 · niveau 6

Bijzondere uitspraak: gevocaliseerde R

De finishing touch. Wat Nador-Tarifit zo herkenbaar maakt — en wat veel mensen in de diaspora niet meer doen.

Het verhaal van de drie R's

Tarifit heeft drie verschillende R-letters:

LetterWat is het?
rgewone, korte rollende r
řr-klank die vroeger een l was
donkere r (achter in de mond)

De ř is uniek voor Tarifit. In andere Berbertalen heb je nog gewoon de l. In Nador-Tarifit is die l in de loop der tijd veranderd in een r-achtige klank.

Voorbeelden van de l → ř verandering

Andere Berber-dialectenNador-TarifitBetekenis
ulhart
aɣyulaɣyuřezel
tiliṯiřischaduw
acemlalacemřařwit

Dubbele ll werd ž

Een dubbele ll uit oud-Berber werd in Tarifit een ž:

  • yelliyeži (dochter)
  • ulliuži (vee)
  • lluzžuz (hongerig zijn)

De combinatie lt werd tc

  • taɣyultṯaɣyutc (ezelin)
  • tanwaltṯanwatc (hut)

Praktisch voor jou

Als je een woord ziet met ř, ž of tc, weet je: hier zat vroeger een l, ll of lt. Dat helpt bij het herkennen van vervoegingen — dezelfde wortel kan in verschillende vormen verschillende letters tonen.

Voorbeeld: het woord "ei"

Groot ei (M)EierenEi (V)
Vroegeramellalimellalentamellalt
Modernamežařimežařenṯamežatc

Zie je hoe in één woordfamilie de ž, ř én tc allemaal verschijnen? Allemaal "vroeger een l".

De gevocaliseerde R

Dit is misschien wel de moeilijkste én belangrijkste regel van Nador-Tarifit. In bepaalde posities wordt de r niet uitgesproken als r, maar als een lange klinker.

De vier patronen:

  • -ar wordt -aa (lange a)
  • -er wordt -ar
  • -ir wordt -yaa
  • -ur wordt -uaa / "wa(a)"

Bekende voorbeelden

GeschrevenUitgesprokenBetekenis
Naḍur"Naadoer" / NaḍuarNador (de stad!)
aryaz"aayaz"man
tamɣart"ṯamɣaaṯ"vrouw
irden"yaaḏen"tarwe
curdu"cuarḏu"vlo
Aha-moment

"Nador" zoals iedereen zegt — Naḍuar — is dus eigenlijk Naḍur met die R-vocalisatie. Daarom klinkt het als "Naadoer" en niet als "Nadoer". Veel typisch-Tarifit-klinkende woorden zijn eigenlijk verborgen R's.

Wanneer geen vocalisatie?

Als de r direct gevolgd wordt door een echte klinker (a, i, u), blijft het gewoon een r:

  • ru "huilen" — r voor u → blijft r
  • ari "schrijven" — r voor i → blijft r
les 26 · niveau 6

Bijvoeglijke naamwoorden

"De grote man", "een nieuw huis". Werkt anders dan in Nederlands — in Tarifit zijn bijvoeglijke naamwoorden eigenlijk een soort naamwoord.

De basis

Bijvoeglijke naamwoorden in Tarifit zijn een sub-categorie van naamwoorden. Ze worden net zo verbogen voor geslacht en getal:

M:SGV:SGM:PLV:PLBetekenis
ameqqṛan ṯameqqṛanṯ imeqqṛanen ṯimeqqṛanin groot
amezzyan ṯamezzyanṯ imezzyanen ṯimezzyanin klein
azeggʷaɣ ṯazeggʷaɣṯ izeggʷaɣen ṯizeggʷaɣin rood
acemřař ṯacemřařṯ icemřařen ṯicemřařin wit

Twee constructies — bepaald vs onbepaald

A. Bepaald: gewoon naast elkaar zetten

  • ṯammuaṯ ṯameqqṛanṯ — "het grote land"
  • ṯammuaṯ-a ṯameqqṛanṯ — "dit grote land"

B. Onbepaald: met d ertussen

  • ijjen weyyur d ameqqṛan — "een grote ezel"
  • ayyur d ameqqṛan — "een grote ezel"
Belangrijke regel

Bijvoeglijke naamwoorden staan altijd in vrije staat, ook al staat het naamwoord ervoor in verbonden staat. Vergelijk: n waayaz ameqqṛan "van de grote man" — waayaz is verbonden staat (na n), maar ameqqṛan blijft vrije staat.

Twee uitzonderingen

jjdid "nieuw" en nneɣni "ander" verbuigen niet voor geslacht of getal:

  • qama n jjdid — "het nieuwe bed" (let op: n ervoor)
  • ijjen qama d jjdid — "een nieuw bed"
  • aayaz-a nneɣni — "deze andere man"
  • aayaz nneɣni d ṯamɣaṯ nneɣni — "een andere man en een andere vrouw"

Bijvoeglijke begrippen als werkwoord

Veel "bijvoeglijke" eigenschappen worden uitgedrukt als werkwoord + betrekkelijke bijzin:

  • qutci-nni yeyran — "de dure auto" (lett. "de auto die duur is")

Dit zien we in Les 32 (betrekkelijke bijzinnen) verder uitgewerkt.

Nuttige bijvoeglijke naamwoorden

Tarifit (M:SG)Betekenis
ameqqṛangroot
amezzyanklein, jong
awessaaoud
azeggʷaɣrood
acemřařwit
aberkanzwart
azegzablauw, groen
azewwaɣgeel
amellaḥzout
asemmamzuur
amezdaɣschoon
jjdidnieuw (onveranderlijk)
nneɣniander (onveranderlijk)
aneggarulaatste
amezwarueerste
les 27 · niveau 6

Collectief vs telbaar — fruit, groente, dieren

Tarifit heeft een speciale categorie voor dingen die je meestal in groep ziet: fruit, groente, kleine dieren. Eén woord betekent de soort, een ander één stuk.

Drievoudige naamwoorden

Sommige woorden hebben drie vormen: collectief (de soort in het algemeen), één stuk (V), en meervoud (V).

CollectiefÉén stuk (V)Meervoud (V)Betekenis
ɛenbaṯaɛenbaṯṯiɛenbaṯindruif/druiven
řbacuaṯbacuaṯṯibacuarinvijg/vijgen
řfeřfeřṯifeřfecṯṯifeřfrinpaprika
řecjuṛṯasecjaṯṯisecjuraboom/bomen
aɛeddisṯaɛeddisṯṯiɛeddisinbuik (uitzondering)
řebcaṛṯabcecṯṯibecṛinui/uien

Hoe gebruik je ze?

1. Als je de soort bedoelt (algemeen) — collectief

  • syiy ɛenba — "ik kocht druiven" (= druiven in het algemeen)
  • řbacua qa attas — "vijgen zijn er veel"

2. Als je één stuk bedoelt — telbaar enkelvoud (V)

  • syiy ṯaɛenbaṯ — "ik kocht één druif"
  • cciy ṯbacuaṯ — "ik at één vijg"

3. Als je meerdere stuks bedoelt — telbaar meervoud (V)

  • syiy ṯřaṯa n ṯiɛenbaṯin — "ik kocht drie druiven"
  • aaḇɛa n ṯibacuarin — "vier vijgen"
Praktisch

Voor de meeste alledaagse gesprekken gebruik je de collectief-vorm. "Heb je vijgen?" is met de collectief — alleen als je één specifieke vijg bedoelt schakel je naar de telbare vorm.

Andere collectieven

CollectiefBetekenis
řehruakruiden, specerijen (plurale tantum)
arrišveren, pluimage
imendigerst
yaaḏentarwe
iždizand
amanwater (plurale tantum)

Sommige woorden bestaan alleen als meervoud (plurale tantum) — aman "water" is altijd grammatisch meervoud, ook al is het één massa.

les 28 · niveau 6

Tribale namen, bu-, mu-

"Iemand uit het Rif", "iemand met een baard", "die-met-de-grote-neus" — Tarifit heeft elegante voorvoegsels om iemand te benoemen op basis van afkomst of kenmerk.

Stam-prefix: aṯ "die van..."

De prefix aṯ betekent "die van X, die behoren tot X" — vooral voor stam-affiliaties:

  • aṯ Naḍuar — "die van Nador" (mensen uit Nador)
  • aṯ Iqeṛɛiyen — "de Iqeṛɛiyen" (de Iqeṛɛiyen-stam)

De prefix bu- "die met..."

Maakt mannelijke karakteriseringen — "iemand die kenmerk X heeft":

  • bu ṯmarṯ — "die met de baard"
  • bu ṯɣanjayṯ — "die met de lepel" (de kok)
  • bu yiman — "iemand met ziel/karakter"

De prefix mu-

Vergelijkbaar met bu-, soms gebruikt voor specifieke beroepen of eigenschappen:

  • mu lḥuyuṯ — "iemand verbonden met talismans/magie"

Vrouwelijke variant

De vrouwelijke tegenhanger is mm- of m-:

  • mm ṯaḥcunṯ — "die met de mooie kont" (negatief voor "ijdele vrouw")
  • m ṯmarṯ — "die met de baard" (V — voor een vrouw met opvallend gezichtshaar)

De prefix u- "zoon van"

In oude namen en bijnamen:

  • u-Mmuh — "Mmuh's zoon"

De prefix i- voor stamleden

Voor "leden van de X-stam":

  • aqeṛɛi "iemand van Iqeṛɛiyen" → meervoud iqeṛɛiyen
  • arifi "Riffijn" → meervoud irifiyen
  • aspanyu "Spanjaard" → meervoud ispunya
  • aliman "Duitser" → meervoud ilimanen
Cultuur-tip

Bijnamen met bu- zijn heel gebruikelijk in Riffijnse cultuur. Iemand kan zo bekend staan als "die-met-de-rode-jas" of "die-met-de-twee-vrouwen". Het is een speelse, niet-onbeleefde manier van benoemen.

les 29 · niveau 7

Causatief: laat iemand X doen

Eén klein voorvoegsel ss- verandert "lopen" in "laten lopen", "eten" in "voeren". De krachtigste afleiding van Tarifit.

De regel: ss- = "laten X-en"

Plak ss- voor een werkwoord en je krijgt: "X laten gebeuren" of "iemand X laten doen":

Basis+ ss-Verandering
ggenfa (genezen, beter worden)sgenfagenezen → helen
azzeř (rennen)ssizzeřrennen → laten rennen
cc (eten)ssecceten → te eten geven, voeren
su (drinken)sessudrinken → te drinken geven
iaḍ (dragen)ssiaḍdragen → aankleden
adef (binnengaan)ssidefbinnengaan → binnenlaten
ffey (uitgaan)ssufeyuitgaan → uitlaten
řmeḏ (leren)ssřmeḏleren → onderwijzen

Drie regels voor de vorm

1. Dubbele beginmedeklinker → enkelvoudig na ss-

  • ggenfasgenfa (niet ssggenfa)

2. Werkwoord met dubbele begin- + één medeklinker krijgt u

  • ffeyssufey (uit *ssffey)

3. Werkwoord met initiële a → wordt i in causatief

  • adefssidef (niet ssadef)
  • aheřssiheř "vermoeien"

Voorbeelden in zinnen

  • yessgenfa-yi adbib — "de dokter heeft mij genezen"
  • yessecc aydi nnes — "hij voert zijn hond"
  • a t-ssidfey — "ik laat hem binnen"
Waarom is dit krachtig?

In Nederlands hebben we vaak twee aparte werkwoorden: "eten" en "voeren", "binnenkomen" en "binnenlaten". Tarifit doet hetzelfde met één voorvoegsel. Eenmaal de regel snap, kun je tientallen werkwoorden zelf bouwen.

les 30 · niveau 7

Middel mm- en passief twa-

Twee andere voorvoegsels: mm- voor "elkaar X-en" en twa- voor "X-d worden".

De middel-prefix mm-

Maakt werkwoorden waarbij personen elkaar iets aandoen — wat in Nederlands "elkaar" of een wederkerig werkwoord wordt.

Basis+ mm-Betekenis
řaya (roepen)mřayaelkaar roepen
ny (doden)mneyvechten (lett. elkaar doden)
ndaq (gooien)mmendaqgegooid worden
qřeb (omdraaien)mneqřebzich omdraaien

Variant: passief-betekenis

Sommige mm--werkwoorden hebben een passieve betekenis ("Y-d worden"):

  • ndaq "gooien" → mmendaq "gegooid worden"
  • aani "toevoegen" → mmaani "toegevoegd worden"

In de Imperfectief krijgt zo'n werkwoord vaak de extra betekenis "X-baar":

  • temmenz ṯṯumubin-nni — "die auto is verkocht" (Perfectief)
  • tetmenza ṯṯumubin-nni — "die auto is verkoopbaar" (Imperfectief)

De passief-prefix twa-

Maakt een echte passief: "X wordt gedaan / werd gedaan".

Basis+ twa-Betekenis
zzu (planten)twazzugeplant worden
cc (eten)twaccgegeten worden
caaz (ploegen)twacaazgeploegd worden
Belangrijke beperking

Bij twa- kun je niet vermelden door wie de actie gedaan werd. Geen "...door de man" — alleen "X werd gedaan". Ook: twa--werkwoorden hebben geen Imperfectief.

Subtiel verschil: passief vs intransitief

Bij labiele werkwoorden (werkwoorden die zowel transitief als intransitief zijn) is er een subtiel verschil tussen de basis-vorm en de twa--vorm:

  • icaaz uyyaa — "het veld is geploegd" (toestand, geen actor in beeld)
  • yetwacaaz uyyaa — "het veld is geploegd geweest" (focus op de handeling die plaatsvond)

Combinaties

Je kunt de prefixen combineren — bijvoorbeeld passief van een causatief:

  • azzeř "rennen" → ssizzeř "laten rennen" → twasizzeř "gemaakt worden te rennen"
  • ny "doden" → mney "vechten" → ssemney "laten vechten"
les 31 · niveau 7

Pseudo-werkwoorden: aqqa, ṯɣiř, ay

Vier kleine woordjes die zich gedragen als werkwoorden zonder écht werkwoorden te zijn. In les 5 al even gezien — nu in detail.

Wat zijn pseudo-werkwoorden?

Het zijn woorden die:

  • Geen volledige werkwoord-vervoeging hebben (geen aspect-vormen)
  • Wél persoonlijke voornaamwoorden als achtervoegsel kunnen krijgen
  • Wél het richting-element -d kunnen krijgen

Vergelijk Frans voici/voilà: "voici" is geen werkwoord, maar je kunt wel le-voici "hier is hij" zeggen.

aqqa — "kijk hier!" / "hier is..."

Voor het presenteren van iets of iemand. Voor lijdend voorwerp wordt het aqq-:

TarifitVertaling
aqqa ṯxaḏenṯHier is de ring
aqq-eṯHier is hij
aqq-ayiHier ben ik
aqq-awem ṯxaḏenṯHier is een ring voor jullie
aqq-awem-ṯHier hebben jullie het

Standaard begroeting: aqq-ec mliḥ? "ben jij goed?"

Vaak voorafgegaan door ha "kijk!":

  • necc, ha aqq-ayi — "wat mij betreft, kijk hier ben ik"

ṯɣiř — "het lijkt"

Altijd met indirect-object-suffix: "het lijkt aan X (dat...)":

  • ṯɣiř-ayi d ssehh — "het lijkt mij waar / ik dacht dat het waar was"
  • ṯɣiř-asen ṯemmuṯ — "ze dachten dat ze gestorven was"
  • waa ḏayi-ṯɣiř bu d ssehh — "ik dacht niet dat het waar was"

ay — "hier heb je het"

Bij het overhandigen van iets — altijd met indirect-object-suffix:

  • ay-am — "alsjeblieft (V), hier!"
  • ay-am-ṯ — "hier heb je het (V)"
  • ay-as adlis — "hier heeft hij/zij een boek"

qa — "huidige relevantie"

Het pseudo-werkwoord dat je het meest gaat horen. Drie hoofdgebruiken:

1. In non-verbale zinnen — om te zeggen waar iets is

  • qa-ṯ ḏiha — "hij is daar"
  • qa-yen di ṯaḏḏarṯ — "ze zijn thuis"

2. Met Imperfectief — voor "aan het ... zijn"

  • qa baba qa yeggʷa-d — "(qa) mijn vader is aan het komen"
  • qa yetru — "hij is aan het huilen"

3. Met Perfectief — voor "X is/heeft (zojuist) gebeurd, nu relevant"

  • qa yenna-ac užedjid — "de koning heeft tegen jou gezegd..."
  • qa igemmaa ayarraf s waman — "hij heeft (zojuist) de kruik met water gevuld"
Beperking

qa kan niet in bijzinnen of na vraagwoorden. Ook niet ontkend worden.

ṯuya — "verleden"

Zet de actie/toestand in het verleden:

  • ṯuya-c d ameddukeř inu — "jij was mijn vriend"
  • ṯuya-ayi ḏi ṯaḏḏarṯ — "ik was thuis"
  • mani c-ṯuya? — "waar ben je geweest?"

Negatieve vorm: ṯuyi

les 32 · niveau 7

Betrekkelijke bijzinnen ("die...")

"De man die kwam", "de auto die ik kocht". Tarifit heeft hier verschillende constructies — afhankelijk van of het hoofdwoord bepaald is of niet.

Twee soorten

SoortWanneer?
Onbepaalde bijzinAls het hoofdwoord onbepaald is ("een, sommige")
Bepaalde bijzinAls het hoofdwoord bepaald is (vaak met -enni)

Onbepaalde bijzinnen — gewoon erachteraan plakken

Heel simpel: zet de bijzin direct achter het hoofdwoord. Het werkwoord behoudt zijn normale vorm. Er is een voornaamwoord dat naar het hoofd verwijst:

  • qa yewt-ayi ijjen sseyyed [ucaay-as aysum]
    "een man waar ik vlees van had gestolen heeft mij geslagen"
    [bijzin tussen haken]
  • iwden ɣaa ijjen ṯaḏḏarṯ [ṯexřa]
    "ze kwamen aan bij een huis dat verlaten was"

Bepaalde bijzinnen — vier speciale kenmerken

  1. Geen voornaamwoord dat verwijst naar het hoofd
  2. Voor onderwerps-bijzinnen: het werkwoord krijgt de participium-vorm
  3. Clitic fronting — voornaamwoorden springen voor het werkwoord
  4. ad wordt ya

De participium

Voor onderwerp-bijzinnen krijgt het werkwoord een speciale vorm: prefix y- + suffix -en. Géén persoonsvervoeging.

TarifitLetterlijkVertaling
aayaz-enni [d ya yasen]"man-die [hither / ad / komend]""de man die gaat komen"
wenni [ixeddmen řebda]"de-die [werkend altijd]""hij die altijd werkt"
aayaz [d-yusin]"man [hither-komend]""de man die hier kwam"

Met de relatief-marker i

Voor lijdend voorwerp en voorzetselgroepen gebruik je i als verbindingswoord:

  • aayaz [i d-iwyey] — "de man die ik hierheen bracht" (lijdend voorwerp)
  • missa [i x ssaasey řkas-nni] — "de tafel waar ik dat glas op heb gezet" (voorzetsel)

Voor "aan wie" — umi

  • aayaz [umi ṯ-wciy] — "de man aan wie ik het gaf"
  • ṯenni [umi ya yegg ṯiggesṯ] — "elke vrouw aan wie hij een tatoeage maakt"

Praktisch — herken het patroon

Een paar veel-voorkomende patronen die je in Tarifit-verhalen tegenkomt:

  • wenni d-yusin — "hij die hier kwam"
  • ṯenni d-ṯusin — "zij die hier kwam"
  • inni d-usin — "zij (M) die hier kwamen"
  • ṯinni d-usinṯ — "zij (V) die hier kwamen"
les 33 · niveau 7

Cleft-zinnen ("het is X die...")

Voor extra nadruk: "Het is mijn vader die kwam" in plaats van gewoon "mijn vader kwam". Vaak gebruikt in dagelijkse spraak.

De structuur

Een cleft-zin bestaat uit twee delen:

  1. Het predicaat (vaak met d)
  2. De relatieve bijzin (verplicht met i)

Voorbeelden

Onderwerp-cleft

  • (d) netta i d-yusin nhar-a
    "het is hij die vandaag gekomen is"
  • d baba i d-yiwden
    "het is mijn vader die is aangekomen"

Lijdend-voorwerp-cleft

  • (d) Mimun i zriy
    "het is Mimoun die ik zag"
  • d nečč i waa ṯ-yezrin
    "het ben ik die hem niet zag"

Verschil met vraagwoord-vragen

Vraagwoord-vragen werken bijna hetzelfde, maar met twee verschillen:

  • Geen d vóór het vraagwoord
  • Geen i als verbinder

Vergelijk:

CleftVraagwoord-vraag
d netta i d-yusin
"hij is het die kwam"
wi d-yusin?
"wie is gekomen?"
d Mimun i zriy
"Mimoun is wie ik zag"
min d-yesya?
"wat heeft hij gekocht?"
Wanneer gebruik je dit?

Voor nadruk of contrast. "Hij kwam" → neutrale informatie. "Het is hij die kwam" → benadrukt dat het juist hij was, niet iemand anders. Bijvoorbeeld als antwoord op "wie kwam er nou?".

les 34 · niveau 8

Een verhaal lezen — over sprookjes vertellen

Een fragment uit een autobiografische tekst. Echte Tarifit, met letterlijke vertaling — om alles wat je geleerd hebt in actie te zien.

De auteur

Deze tekst komt uit Tudunin war itizyen ("Wonden die niet helen") van Eali Amaziy — een Marokkaans-Nederlandse schrijver die zijn jeugd in het Rifgebied beschrijft.

De tekst — over hoe sprookjes werden verteld

Am necc am wattas n yewdan mamec i ɛeqřey
"Zoals ik, zoals veel mensen, hoe ik mij herinner..."

Letterlijk per onderdeel:

  • am — "zoals" (voorzetsel)
  • necc — "ik" (vrij voornaamwoord, na am)
  • wattas — "veel" (verbonden staat van attas)
  • n — "van"
  • yewdan — "mensen" (verbonden staat)
  • mamec — "hoe"
  • i — relatief-marker
  • ɛeqřey — "ik herinner mij"

ṯuya xminni i ya raḥey ad ttsey degg" xxam jaa yayeṯma d yemma...

Vertaling: "...wanneer ik ging slapen in de kamer tussen mijn broers en mijn moeder..."

Onderdelen:

  • ṯuya — verleden-marker
  • xminni — "wanneer" (voegwoord)
  • i ya raḥey — "dat ik ga" — let op: ya in plaats van ad in bijzin (Les 32)
  • ad ttsey — "ik zal slapen"
  • degg" xxam — "in de kamer" (samengevoegde vorm van ḏi + wexxam)
  • jaa — "tussen"
  • yayeṯma — "mijn broers" (verbonden staat)
  • d yemma — "en mijn moeder"

Kernzin uit het verhaal

Ḥenna ṯuya ṯessen ijjen wattas n ṯḥuja

Vertaling: "Mijn grootmoeder kende veel verhalen."

  • Ḥenna — "mijn oma"
  • ṯuya — verleden
  • ṯessen — "zij weet/kent" (3SG:F)
  • ijjen wattas — "een hoop, veel"
  • n ṯḥuja — "van verhalen"

De bijnaamzin — "ben je al in slaap?"

Een dialoog uit het verhaal. Grootmoeder roept de kleinzoon:

A ɛli inu, ma ṯettsed niɣ ɛad waa ṯettised ca?

Vertaling: "Mijn Ali, ben je al aan het slapen of nog niet?"

  • A ɛli inu — "O mijn Ali" (aanroep)
  • ma — vraag-partikel
  • ṯettsed — "jij slaapt" (Imperfectief 2SG)
  • niɣ — "of"
  • ɛad — "nog" (bijwoord)
  • waa ... ca — ontkenning
  • ṯettised — Negatieve Imperfectief 2SG

Antwoord van de jongen: A ḥenna, necc ɛad waa ttisey ca

"O grootmoeder, ik ben nog niet aan het slapen."

Wat valt op?

Veel onderdelen die je in eerdere lessen hebt geleerd: ṯuya verleden, voornaamwoorden, ontkenning met waa ... ca, voegwoord xminni, voorzetsels, vrije/verbonden staat. Een echt verhaal gebruikt alles tegelijk!

les 35 · niveau 8

Het sprookje van de parel-jongen

Een traditioneel verhaal uit het Rif. Begint zoals alle Tarifit-sprookjes: yekkaa "er was eens..."

De openingsformule

Ruḥ xas, a xas nraḥ waa nteggʷeḏ! Ḥajit-ek!

"We gaan erin zonder vrees. Het verhaal!"

Ḥajit-ek is een Arabisch leenwoord dat betekent "ik vertel je" — een vaste opening. Net als Nederlands "Er was eens..."

De eerste zin

Yekkaa ijj uzedjid ɣaas ijjen yiyyaa n yaaḏen yemyaa.

"Er was eens een koning die een groot tarweveld had."

Onderdelen:

  • yekkaa — "het rees" (Perfectief van kkaa "opstaan, beginnen") — vaste verteltaal-formule om iets nieuws in te leiden
  • ijj uzedjid — "één koning" (verbonden staat na ijj)
  • ɣaas — "bij hem" — bezit-constructie (Les 17)
  • ijjen yiyyaa — "één veld"
  • n yaaḏen — "van tarwe" (verbonden staat)
  • yemyaa — "het is groot" (Perfectief, statief)

Het verhaal gaat verder

Uca yus-d zeɛma yemsennaḏ. Uca kkinṯ ssin ṯmeḥtac.

"Toen kwam het zo dat het overhing. Toen kwamen er drie maaisters voorbij."

  • uca — "toen, vervolgens" — verteltaalwoord
  • yus-d — "het kwam (hier)" — let op het richting-element -d
  • zeɛma — "zogezegd, zo" (verteltaalwoord)
  • yemsennaḏ — "het hangt over" — werkwoord met de mediale m- prefix (Les 30)
  • kkinṯ — "ze (V) gingen voorbij" (Perfectief 3PL:F van kk)
  • ssin — "daar langs"
  • ṯmeḥtac — "maaisters" (verbonden staat)

De wensen van de drie meisjes

De eerste zegt:

— Mri ḏayi ya yawi bab n yiyyaṛ-a, a ḏas-ggey ajedjab s ijj uɣeyḏu.

"Als de heer van dit veld mij zou trouwen, zou ik hem een gewaad maken van één rolaagje (wol)."

De tweede:

— Mara yiwy-ayi bab n yiyyaṛ-a, a ḏas-ggey seksu s ijjen ṯiḏaatṯ.

"Als de heer van dit veld mij trouwt, zou ik hem couscous maken van één graankorrel."

De derde — en cruciale:

— Mara yiwy-ayi bab n yiyyaṛ-a, a ḏas-d-jjey mmi-s ɣaas ṯyuqiṯ n wuṛɣ ḏi ṯenyirṯ.

"Als de heer van dit veld mij trouwt, zou ik hem een zoon baren met een gouden parel op het voorhoofd."

Wat valt op?

  • Voorwaardelijk met mri (counterfactueel — "als het zou zijn") en mařa (hypothetisch — "als het is")
  • Bezit met ɣaas "bij hem"
  • Voornaamwoorden aan werkwoorden geplakt: ḏas-ggey "ik maak voor hem"
  • Cleft-achtige nadruk in bab n yiyyaṛ-a "de heer van dít veld"

Het einde van de openingsscène

Netta ṯuya-ṯ ḏinni, ṯuya yeṯɛesses, ṯuya yennuffaa yesḥessa ɣaasenṯ.

"Hij was daar, hij hield de wacht, hij had zich verstopt en luisterde naar hen."

Yekkaa iruḥ yexḏeb ṯamezwaruṯ
"Hij stond op en ging om de eerste te vragen..."

Cultuurtip

Tarifit-sprookjes hebben vaste openings- en sluitformules. Yekkaa "het rees" / "er was eens" is de standaard-opening. Als je dit hoort, weet je: een verhaal begint.

les 36 · niveau 8

Praktische dialogen

De laatste les. Korte gesprekken die je in dagelijkse Riffijnse gesprekken zou kunnen voeren.

Begroeting bij de deur

SprekerTarifitVertaling
Aaqq-ec mliḥ?"Gaat het goed met je?"
Baywa, ḥamḏullah"Ja, alhamdulillah"
Ad cekk?"Ben jij het?"
Bd necc"Ik ben het"
Aadef-d"Kom binnen"

Vragen naar familie

SprekerTarifitVertaling
Amani ṯeža yemma-c?"Waar is je moeder?"
Bqa-ṯ ḏi ṯaḏḏarṯ"Ze is thuis"
Ad baba-c yari?"En is je vader bij mij (= waar ik ben)?"
Blla, qa-ṯ ɣaa Naḍuar"Nee, hij is in Nador"

Iets aanbieden

SprekerTarifitVertaling
Ama ṯexsed atay?"Wil je thee?"
Baywa, baṛakallahu fic"Ja, dank je"
Aay-ac"Hier heb je 'm"
Bcukṛan"Bedankt"

Op weg naar buiten

SprekerTarifitVertaling
Amani ṯrahed?"Waar ga je heen?"
Ba raḥey ɣaa ssuq"Ik ga naar de markt"
Ameřmi ya ṯeqqebed?"Wanneer kom je terug?"
Ba qebbey ɣaa ṯmeddiṯ"Ik kom terug in de namiddag"

Vraag over gezondheid

SprekerTarifitVertaling
Ama ṯeḥřeced?"Ben je ziek?"
Blla, qa ggenfiy"Nee, ik ben genezen"
Aḥamḏullah"Goddank"

Eindgesprek — bij vertrek

SprekerTarifitVertaling
Aaywa, a raḥey"Goed, ik ga"
Baywa, beslama"Goed, vrede"
Aa nemřaqa, in ca' Allah"We zullen elkaar weerzien, zo Allah het wil"
Je bent helemaal klaar!

Je hebt alle 36 lessen doorlopen. Je hebt nu een complete fundering van Tarifit — van klanken tot complexe verhalen. Volgende stap: praktijk. Luister naar familieleden, kijk Tarifit-televisie, probeer simpele gesprekken. Zoek woorden op in de woordenlijst of verdiep je via de Nederlandse uitleg.